BNB 1995/265
HR, 26-04-1995, nr. 30 258
HR 26-04-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1576
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 april 1995
- Magistraten
Stoffer; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
30 258
- LJN
AA1576
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1576, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑04‑1995
- Wetingang
Art. 5, eerste lid, Wet IB 1964
Samenvatting
Het stelsel van samentelling van vermogensinkomsten van gehuwde niet duurzaam gescheiden levende belastingplichtigen is noch met art. 8, eerste lid, EVRM noch met art. 17, eerste lid, IVBPR in strijd
Bij het vaststellen van de aanslag in de inkomstenbelasting ten laste van belanghebbende, die buiten gemeenschap van goederen is gehuwd, beschikte de Inspecteur over gegevens waaruit bleek dat belanghebbendes echtgenote f 7234 aan rente had ontvangen op een drietal bankrekeningen. Belanghebbende heeft voor het Hof betoogd dat de Inspecteur door dat bedrag tot belanghebbendes inkomen te rekenen het aan belanghebbende toekomend grondrecht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.