FED 2004/412
Premievrijstelling bij volledige arbeidsongeschiktheid leidt niet tot verrekening, waardoor premies die vanwege premievrijstelling niet voldaan zijn, niet geacht kunnen worden onderdeel van de waarde van de prestatie uit te maken; lijfrentetermijnen volledig belast
HR 12-03-2004, ECLI:NL:HR:2004:AF4956, m.nt. A.H.H. Bollen-Vandenboorn
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 maart 2004
- Magistraten
Groeneveld Monné; Amersfoort, van; Leemreis; Maanen, van
- Zaaknummer
37 801
- Noot
A.H.H. Bollen-Vandenboorn
- LJN
AF4956
- JCDI
JCDI:ADS234891:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AF4956, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑03‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AF4956, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑03‑2004
- Wetingang
Art. 75, eerste lid, art. 25, zevende lid, art. 38, eerste lid en art. 45, vijfde lid, Wet IB 1964
Essentie
Premievrijstelling bij volledige arbeidsongeschiktheid leidt niet tot verrekening, waardoor premies die vanwege premievrijstelling niet voldaan zijn, niet geacht kunnen worden onderdeel van de waarde van de prestatie uit te maken; lijfrentetermijnen volledig belast
Samenvatting
De tot de stukken van het geding behorende polis van de onderhavige verzekeringsovereenkomst bevat de navolgende clausule: 'De verzekering is aangegaan met vrijstelling van premiebetaling tijdens gehele invaliditeit van de verzekerde'. Deze clausule laat geen andere uitleg toe dan dat tijdens de periode van gehele invaliditeit van de verzekerde geen premie verschuldigd is. Uit het vorenstaande volgt dat van voldoening van premies tijdens de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.