BNB 2001/351
Fictieve verkrijging krachtens erfrecht van aandelen in een pensioenlichaam. Door een beperkte uitleg van het begrip pensioenlichaam wordt voorkomen dat niet alleen de sterftewinst, maar ook de beleggingswinsten die een meer dan bijkomstig voordeel vormen, in de heffing worden betrokken
HR 10-08-2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3115, m.nt. I.J.F.A. van Vijfeijken
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 augustus 2001
- Magistraten
Korthals Altes; Pos; Beukenhorst; Bavinck; Amersfoort, van
- Zaaknummer
35435
- Conclusie
A-G mr. Van den Berge
- Noot
I.J.F.A. van Vijfeijken
- LJN
AB3115
- JCDI
JCDI:ADS171700:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2001:AB3115, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑08‑2001
ECLI:NL:HR:2001:AB3115, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑08‑2001
- Wetingang
Art. 13a Successiewet 1956
Essentie
Fictieve verkrijging krachtens erfrecht van aandelen in een pensioenlichaam. Door een beperkte uitleg van het begrip pensioenlichaam wordt voorkomen dat niet alleen de sterftewinst, maar ook de beleggingswinsten die een meer dan bijkomstig voordeel vormen, in de heffing worden betrokken
Samenvatting
HR: Art. 13a Successiewet 1956 is in het leven geroepen om de stijging van het vermogen van een 'eigen pensioen BV' waarvan de aandelen in handen zijn van anderen dan de pensioengerechtigde, ten gevolge van het overlijden van de pensioengerechtigde in de heffing van het successierecht te betrekken. De wetgever heeft zich evenwel niet beperkt tot het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.