BNB 1983/105
HR, 26-01-1983, nr. 21 386
HR 26-01-1983, ECLI:NL:HR:1983:AW8994, m.nt. Laeijendecker
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 januari 1983
- Magistraten
Dijk, Van; Vorm, Van Der; Stoffer; Bloembergen; Baardman
- Zaaknummer
21 386
- Noot
Laeijendecker
- LJN
AW8994
- JCDI
JCDI:ADS885995:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1983:AW8994, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑01‑1983
- Wetingang
Samenvatting
1. Geldswaarde van incourante aandelen in beleggingsinstelling, behorende tot nalatenschap. Belangh. hebben voor het Hof betoogd: dat de geldswaarde van de litigieuze aandelen in negatieve zin wordt beinvloed door de omstandigheid dat natuurlijke personen als aandeelhouders meer verschuldigd zijn aan inkomstenbelasting dan het geval zou zijn indien zij niet de aandelen zouden bezitten, doch eigenaars zouden zijn van de onroerende goederen die tot het vermogen van de b.v. behoren; dat het in casu niet gaat om een inkomstenbelasting-latentie doch om een ten gevolge van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.