Art. 15ai Wet VPB 1969 bevat een regeling op grond waarvan de overdracht van een vermogensbestanddeel door de ene naar de andere maatschappij tot een sanctie leidt, als de fiscale eenheid korte tijd na die overdracht wordt beëindigd.
Artikel 15ai, eerste lid beschrijft de situatie waarin de bepaling toepassing vindt alsmede de sanctie dat het overgedragen vermogensbestanddeel voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip te boek wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer. Lid 2 geeft de belastingplichtige de mogelijkheid op een alternatieve sanctie, te weten de te boek stelling van het vermogensbestanddeel op de waarde in het economische verkeer ten tijde van de overdracht verminderd met de afschrijvingen (aant. 2).
als de overdracht heeft plaatsgevonden in het kader van een bij de aard en omvang van de overdrager en overnemer passende normale bedrijfsuitoefening;
-
als het de overdracht van een onderneming of een zelfstandig onderdeel van een onderneming betreft tegen uitreiking van aandelen en de ontvoeging meer dan drie kalenderjaren (36 maanden) na de overdracht plaatsvindt;
-
als tussen de overdracht van het vermogensbestanddeel en de ontvoeging meer dan zes kalenderjaren (72 maanden) zijn verstreken.
In art. 15ai lid 4 en 5, is een regeling betreffende de samenloop met de herinvesteringsreserve opgenomen (aant. 4). Art. 15ai lid 6, bepaalt dat de sanctie van art. 15ai achterwege blijft als al een afrekening plaatsvindt op grond van art. 15c van de wet (aant. 6).
In deze aantekening wordt ingegaan op enkele algemene aspecten van deze regeling. Na een historisch overzicht (aant. 1.2.1) volgt een overzicht van de parlementaire behandeling (aant. 1.2.2). In aant. 1.2.3 wordt ingegaan op de verschillen van artikel 15ai met de voormalige sanctieregeling van standaardvoorwaarde 16 onder het oude regime fiscale eenheid, in aant. 1.2.4 wordt vermeld welke beleidsbesluiten met betrekking tot artikel 15ai van toepassing zijn.
In aant. 1.3 is een overzicht van de verschenen literatuur opgenomen. Daarna wordt aandacht besteed aan doel en strekking (aant. 1.4). Aant. 1.5 gaat nader in op het herziene karakter van artikel 15ai in vergelijking tot de voormalige Standaardvoorwaarde 16. In aant. 1.6 wordt enige aandacht besteed aan context van de bepaling en in aant. 1.13 op de eventuele toepassing van de hardheidsclausule. Aant. 1.20 bevat parlementaire varia.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 15ai Wet VPB 1969, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 14-03-2026
14-03-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/45 en V-N 2026/12.24.30.
01-01-2003 tot: -
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 15ai Wet VPB 1969, aant. 1.1
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Inkomstenbelasting / Winst
fiscale eenheid
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15ai
Beschouwing
Art. 15ai Wet VPB 1969 bevat een regeling op grond waarvan de overdracht van een vermogensbestanddeel door de ene naar de andere maatschappij tot een sanctie leidt, als de fiscale eenheid korte tijd na die overdracht wordt beëindigd.
Artikel 15ai, eerste lid beschrijft de situatie waarin de bepaling toepassing vindt alsmede de sanctie dat het overgedragen vermogensbestanddeel voorafgaand aan het ontvoegingstijdstip te boek wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer. Lid 2 geeft de belastingplichtige de mogelijkheid op een alternatieve sanctie, te weten de te boek stelling van het vermogensbestanddeel op de waarde in het economische verkeer ten tijde van de overdracht verminderd met de afschrijvingen (aant. 2).
De sanctie blijft op grond van art. 15ai lid 3, achterwege (aant. 5):
als de overdracht heeft plaatsgevonden in het kader van een bij de aard en omvang van de overdrager en overnemer passende normale bedrijfsuitoefening;
als het de overdracht van een onderneming of een zelfstandig onderdeel van een onderneming betreft tegen uitreiking van aandelen en de ontvoeging meer dan drie kalenderjaren (36 maanden) na de overdracht plaatsvindt;
als tussen de overdracht van het vermogensbestanddeel en de ontvoeging meer dan zes kalenderjaren (72 maanden) zijn verstreken.
In art. 15ai lid 4 en 5, is een regeling betreffende de samenloop met de herinvesteringsreserve opgenomen (aant. 4). Art. 15ai lid 6, bepaalt dat de sanctie van art. 15ai achterwege blijft als al een afrekening plaatsvindt op grond van art. 15c van de wet (aant. 6).
In deze aantekening wordt ingegaan op enkele algemene aspecten van deze regeling. Na een historisch overzicht (aant. 1.2.1) volgt een overzicht van de parlementaire behandeling (aant. 1.2.2). In aant. 1.2.3 wordt ingegaan op de verschillen van artikel 15ai met de voormalige sanctieregeling van standaardvoorwaarde 16 onder het oude regime fiscale eenheid, in aant. 1.2.4 wordt vermeld welke beleidsbesluiten met betrekking tot artikel 15ai van toepassing zijn.
In aant. 1.3 is een overzicht van de verschenen literatuur opgenomen. Daarna wordt aandacht besteed aan doel en strekking (aant. 1.4). Aant. 1.5 gaat nader in op het herziene karakter van artikel 15ai in vergelijking tot de voormalige Standaardvoorwaarde 16. In aant. 1.6 wordt enige aandacht besteed aan context van de bepaling en in aant. 1.13 op de eventuele toepassing van de hardheidsclausule. Aant. 1.20 bevat parlementaire varia.