In artikel 21, eerste lid, van de Wet VPB 1969 is de regeling opgenomen waarbij een verlies met de belastbare winst of het Nederlands inkomen van een voorafgaand jaar wordt verrekend. Een verlies over een bepaald jaar wordt allereerst (artikel 20, vierde lid, van de Wet VPB 1969) zo mogelijk verrekend met de belastbare winst, onderscheidenlijk het Nederlandse inkomen van het voorafgaande jaar, mits het verlies bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld (artikel 20, tweede lid, van de Wet VPB 1969). Deze verrekening wordt geëffectueerd door de vermindering van een over het voorafgaande jaar opgelegde aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking (aant. 2). Deze beschikking wordt ook wel een carry-backbeschikking of (meer algemeen) een verliesverrekeningsbeschikking genoemd.
Artikel 21, tweede lid, van de Wet VPB 1969, geeft aan welke rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen worden aangewend (aant. 4). Deze rechtsmiddelen kunnen geen betrekking hebben op de omvang van het eerder door de inspecteur vastgestelde bedrag aan verlies. Dan moet bezwaar worden gemaakt tegen de op grond van artikel 20b, eerste lid, van de Wet VPB 1969 afgegeven beschikking, waarbij het verlies van het jaar is vastgesteld.
In artikel 21, derde lid, van de Wet VPB 1969, is de mogelijkheid opgenomen om, vooruitlopend op de vaststelling van de carry-backbeschikking een voorlopige verliesverrekening te verlenen (aant. 6).
In het per 1 januari 1995 vervallen artikel 21, vierde lid, van de Wet VPB 1969 was voorgeschreven dat een zogenoemd aanloopverlies bij beschikking door de inspecteur moest worden vastgesteld (aant. 7).
Hierna wordt allereerst ingegaan op het ontstaan van artikel 21 van de Wet VPB 1969 (aant. 1.2), is literatuur vermeld (aant. 1.3), wordt aandacht besteed aan doel en strekking (aant. 1.4) en enige context van de bepaling (aant. 1.6). Daarna komen aspecten als rente (aant. 1.7), schadevergoeding (aant. 1.8), navordering (aant. 1.9) en de invloed van achterwaartse verliesverrekening op een opgelegde vergrijpboete (aant. 1.10) aan bod.
Tot slot wordt kort ingegaan op het begrip aanslag (aant. 1.17).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 21 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 01-05-2026
01-05-2026, Het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/17.30.
30-10-1969 tot: -
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 21 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Vennootschapsbelasting / Verliesverrekening
Fiscaal bestuursrecht / Rente
heffingsrente
verliesverrekening
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 21
Beschouwing
In artikel 21, eerste lid, van de Wet VPB 1969 is de regeling opgenomen waarbij een verlies met de belastbare winst of het Nederlands inkomen van een voorafgaand jaar wordt verrekend. Een verlies over een bepaald jaar wordt allereerst (artikel 20, vierde lid, van de Wet VPB 1969) zo mogelijk verrekend met de belastbare winst, onderscheidenlijk het Nederlandse inkomen van het voorafgaande jaar, mits het verlies bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld (artikel 20, tweede lid, van de Wet VPB 1969). Deze verrekening wordt geëffectueerd door de vermindering van een over het voorafgaande jaar opgelegde aanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking (aant. 2). Deze beschikking wordt ook wel een carry-backbeschikking of (meer algemeen) een verliesverrekeningsbeschikking genoemd.
Artikel 21, tweede lid, van de Wet VPB 1969, geeft aan welke rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen worden aangewend (aant. 4). Deze rechtsmiddelen kunnen geen betrekking hebben op de omvang van het eerder door de inspecteur vastgestelde bedrag aan verlies. Dan moet bezwaar worden gemaakt tegen de op grond van artikel 20b, eerste lid, van de Wet VPB 1969 afgegeven beschikking, waarbij het verlies van het jaar is vastgesteld.
In artikel 21, derde lid, van de Wet VPB 1969, is de mogelijkheid opgenomen om, vooruitlopend op de vaststelling van de carry-backbeschikking een voorlopige verliesverrekening te verlenen (aant. 6).
In het per 1 januari 1995 vervallen artikel 21, vierde lid, van de Wet VPB 1969 was voorgeschreven dat een zogenoemd aanloopverlies bij beschikking door de inspecteur moest worden vastgesteld (aant. 7).
Hierna wordt allereerst ingegaan op het ontstaan van artikel 21 van de Wet VPB 1969 (aant. 1.2), is literatuur vermeld (aant. 1.3), wordt aandacht besteed aan doel en strekking (aant. 1.4) en enige context van de bepaling (aant. 1.6). Daarna komen aspecten als rente (aant. 1.7), schadevergoeding (aant. 1.8), navordering (aant. 1.9) en de invloed van achterwaartse verliesverrekening op een opgelegde vergrijpboete (aant. 1.10) aan bod.
Tot slot wordt kort ingegaan op het begrip aanslag (aant. 1.17).