Artikel 6.1 van de Wet IB 2001 regelt de persoonsgebonden aftrek. De persoonsgebonden aftrek van hoofdstuk 6 ziet vooral op aftrekposten voor uitgaven van de belastingplichtige die los staan van het verwerven van inkomsten. Het betreft uitgaven waarvan de wetgever het nodig vond om ze aftrekbaar te maken omdat ze van (grote) invloed zijn op de draagkracht van de belastingplichtige of om bepaald gedrag te stimuleren.
Artikel 6.1, eerste lid, definieert de persoonsgebonden aftrek als het gezamenlijke bedrag van de in het kalenderjaar op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten (het ‘drukken-criterium’) en het gedeelte van de persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren dat niet eerder in aanmerking is gekomen. De verschillende persoonsgebonden aftrekposten zijn opgesomd in artikel 6.1, tweede lid.
Aant. 2 tot en met 8 behandelen de betekenis van het ‘drukken-criterium’ voor de verschillende persoonsgebonden aftrekposten. In aant. 12 komt artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit IB 2001 aan de orde, waarin nadere regels voor de toepassing van het ‘drukken-criterium’ zijn opgenomen.
Wat houdt het ‘gedrongen-criterium’ in?
De persoonsgebonden aftrek voor uitgaven voor specifieke zorgkosten worden alleen in aanmerking worden genomen als de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van die uitgaven (het ‘gedrongen-criterium’) (artikel 6.1, derde lid). Ook bij andere persoonsgebonden aftrekposten kan dit criterium van belang zijn. In aant. 4 tot en met 6 wordt daarom ook behandeld of de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van de uitgaven.
Is de giftenaftrek een persoonsgebonden aftrekpost?
Ja. In aant. 9 wordt aandacht besteed aan de giftenaftrek.
Kan de persoonsgebonden aftrek die in enig jaar niet is afgetrokken in een ander jaar worden afgetrokken?
Is aftrek mogelijk als een uitgave niet is genoemd als persoonsgebonden aftrekpost?
Nee, in aant. 10 wordt aandacht besteed aan niet-genoemde aftrekposten.
In aant. 11 wordt ingegaan op de zogenoemde doorschuifregeling voor (het gedeelte van) de persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren dat niet eerder in aanmerking is genomen.
In aant. 13 wordt aandacht besteed aan het verlaagde aftrektarief dat vanaf 2020 geldt voor persoonsgebonden aftrekposten.
De huidige regeling voor de persoonsgebonden aftrek is voor een deel ontleend aan sommige aftrekposten die in de Wet IB 1964 waren opgenomen. De wettelijke structuur van de Wet IB 2001 is echter totaal verschillend van die van de Wet IB 1964 (zie aant. 1.2.1).
In aant. 1.4 wordt nader ingegaan op doel en strekking van de persoonsgebonden aftrek en de verschillende persoonsgebonden aftrekposten. Aant. 1.6 gaat in op de context waarin artikel 6.1 moet worden bezien.
Buitenlandse belastingplichtigen kunnen in sommige gevallen voor de persoonsgebonden aftrek in aanmerking komen (zie aant. 1.8).
In aant. 1.13 en aant. 1.14 wordt ingegaan op het goedkeurende beleid ter zake van persoonsgebonden aftrekposten c.q. het afwijzende beleid om de hardheidsclausule toe te passen.
In aant. 1.17 komen de begrippen aan de orde die in artikel 6.1 worden gebruikt doch elders worden gedefinieerd.
Ten slotte wordt in aant. 1.20 ingegaan op door de Raad van State, leden van de Tweede Kamer en de Gehandicaptenraad aangedragen alternatieve benaderingen die (nog) niet zijn overgenomen, waaronder (in aant. 1.20.12) de voorgenomen fundamentele herziening van de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. In aant. 1.21 wordt aandacht besteed aan het Coalitieakkoord 2026-2030 waarin het afschaffen aftrek specifieke zorgkosten is opgenomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 6.1 Wet IB 2001, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 15-05-2026
15-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22.
01-01-2001 tot: -
Vakstudie Inkomstenbelasting, art. 6.1 Wet IB 2001, aant. 1.1
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
uitgaven voor specifieke zorgkosten
scholingsuitgaven
uitgaven voor monumentenpanden
aftrekbare giften
persoonsgebonden aftrek
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1
Beschouwing
Inleiding
Artikel 6.1 van de Wet IB 2001 regelt de persoonsgebonden aftrek. De persoonsgebonden aftrek van hoofdstuk 6 ziet vooral op aftrekposten voor uitgaven van de belastingplichtige die los staan van het verwerven van inkomsten. Het betreft uitgaven waarvan de wetgever het nodig vond om ze aftrekbaar te maken omdat ze van (grote) invloed zijn op de draagkracht van de belastingplichtige of om bepaald gedrag te stimuleren.
Artikel 6.1, eerste lid, definieert de persoonsgebonden aftrek als het gezamenlijke bedrag van de in het kalenderjaar op de belastingplichtige drukkende persoonsgebonden aftrekposten (het ‘drukken-criterium’) en het gedeelte van de persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren dat niet eerder in aanmerking is gekomen. De verschillende persoonsgebonden aftrekposten zijn opgesomd in artikel 6.1, tweede lid.
Wat vindt u in de Vakstudie?
Waarom zijn er persoonsgebonden aftrekposten?
In aant. 1.4 wordt nader ingegaan op doel en strekking van de persoonsgebonden aftrek en de verschillende persoonsgebonden aftrekposten. Aant. 1.6 gaat in op de context waarin artikel 6.1 moet worden bezien en in aant. 1.7 wordt aandacht besteed aan het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten.
Wat houdt het ‘drukken-criterium’ in?
Aant. 2 tot en met 8 behandelen de betekenis van het ‘drukken-criterium’ voor de verschillende persoonsgebonden aftrekposten. In aant. 12 komt artikel 19a van het Uitvoeringsbesluit IB 2001 aan de orde, waarin nadere regels voor de toepassing van het ‘drukken-criterium’ zijn opgenomen.
Wat houdt het ‘gedrongen-criterium’ in?
De persoonsgebonden aftrek voor uitgaven voor specifieke zorgkosten worden alleen in aanmerking worden genomen als de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van die uitgaven (het ‘gedrongen-criterium’) (artikel 6.1, derde lid). Ook bij andere persoonsgebonden aftrekposten kan dit criterium van belang zijn. In aant. 4 tot en met 6 wordt daarom ook behandeld of de belastingplichtige zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van de uitgaven.
Is de giftenaftrek een persoonsgebonden aftrekpost?
Ja. In aant. 9 wordt aandacht besteed aan de giftenaftrek.
Kan de persoonsgebonden aftrek die in enig jaar niet is afgetrokken in een ander jaar worden afgetrokken?
Is aftrek mogelijk als een uitgave niet is genoemd als persoonsgebonden aftrekpost?
Nee, in aant. 10 wordt aandacht besteed aan niet-genoemde aftrekposten.
In aant. 11 wordt ingegaan op de zogenoemde doorschuifregeling voor (het gedeelte van) de persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren dat niet eerder in aanmerking is genomen.
In aant. 13 wordt aandacht besteed aan het verlaagde aftrektarief dat vanaf 2020 geldt voor persoonsgebonden aftrekposten.
De huidige regeling voor de persoonsgebonden aftrek is voor een deel ontleend aan sommige aftrekposten die in de Wet IB 1964 waren opgenomen. De wettelijke structuur van de Wet IB 2001 is echter totaal verschillend van die van de Wet IB 1964 (zie aant. 1.2.1).
In aant. 1.4 wordt nader ingegaan op doel en strekking van de persoonsgebonden aftrek en de verschillende persoonsgebonden aftrekposten. Aant. 1.6 gaat in op de context waarin artikel 6.1 moet worden bezien.
Buitenlandse belastingplichtigen kunnen in sommige gevallen voor de persoonsgebonden aftrek in aanmerking komen (zie aant. 1.8).
In aant. 1.13 en aant. 1.14 wordt ingegaan op het goedkeurende beleid ter zake van persoonsgebonden aftrekposten c.q. het afwijzende beleid om de hardheidsclausule toe te passen.
In aant. 1.17 komen de begrippen aan de orde die in artikel 6.1 worden gebruikt doch elders worden gedefinieerd.
Ten slotte wordt in aant. 1.20 ingegaan op door de Raad van State, leden van de Tweede Kamer en de Gehandicaptenraad aangedragen alternatieve benaderingen die (nog) niet zijn overgenomen, waaronder (in aant. 1.20.12) de voorgenomen fundamentele herziening van de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. In aant. 1.21 wordt aandacht besteed aan het Coalitieakkoord 2026-2030 waarin het afschaffen aftrek specifieke zorgkosten is opgenomen.