Inhoudsopgave
WFR 1995/531:VERREKENING BINNEN DE FISCALE EENHEID VOOR DE VENNOOTSCHAPSBELASTING
WFR 1995/531
VERREKENING BINNEN DE FISCALE EENHEID VOOR DE VENNOOTSCHAPSBELASTING
Documentgegevens:
A. VAN EIJSDEN EN H.M. KOSTER , datum 01-01-1995
- Datum
01-01-1995
- Auteur
A. VAN EIJSDEN EN H.M. KOSTER 1
- JCDI
JCDI:ADS742126:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Wetingang
art. 24 Invorderingswet 1990; art. 40 Invorderingswet 1990; art. 6:127 BW; art. 15 Wet VPB 1969
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1 ALGEMEEN
In het navolgende zal worden ingegaan op de burgerrechtelijke consequenties van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Die civielrechtelijke consequenties zullen met name worden onderzocht in het kader van de in de tweede volzin van het tweede lid van art. 24 Invorderingswet 1990 opgenomen verrekeningsregel ten aanzien van de in die volzin bedoelde dochtermaatschappij(en) en moedermaatschappij. De fiscale (heffings)aspecten worden nagenoeg onbesproken gelaten omdat de veelal onderbelichte civielrechtelijke consequenties ditmaal de aandacht vragen. Dat het hierna hoofdzakelijk zal gaan over art. 24, tweede lid, tweede volzin, Invorderingswet 1990, houdt overigens geenszins in dat er niet veel meer te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.