BNB 1988/149
HR, 09-03-1988, nr. 24 436
HR 09-03-1988, ECLI:NL:HR:1988:BH7145, m.nt. G.J. van Leijenhorst
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 maart 1988
- Magistraten
Dijk, Van; Vucht, Van; Verburg; Mijnssen; Wildeboer
- Zaaknummer
24 436
- Noot
G.J. van Leijenhorst
- LJN
BH7145
- JCDI
JCDI:ADS886535:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:BH7145, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑03‑1988
- Wetingang
(Algemeen, art. 26 AWR)
Samenvatting
Belang bij beroep tegen handhaving primitieve aanslag, ook al is een navorderingsaanslag naar een hoger belastbaar inkomen onherroepelijk geworden
Het Hof oordeelde dat belangh. geen belang had bij zijn beroep tegen handhaving van de primitieve aanslag, omdat reeds een navorderingsaanslag naar een hoger belastbaar inkomen onherroepelijk was geworden.
HR: het enkele feit dat een aan belangh. opgelegde navorderingsaanslag, berekend naar een hoger belastbaar inkomen dan dat naar hetwelk de primitieve aanslag is berekend, onherroepelijk is geworden, brengt niet noodzakelijkerwijs mede dat belangh. geen belang meer heeft bij een beroep tegen handhaving van de prim. aanslag.