FED 1991/118
Belanghebbende is opgericht om de onderneming van de in financiele moeilijkheden verkerende BV Y voort te zetten. Daartoe neemt hij van BV Y goodwill, handelsnaam en personeel over. Inventaris en bedrijfsvoorraden van BV Y zijn in fiduciaire eigendom van de A-bank. Deze zegt de bewaargeving op en verkoopt en levert deze goederen - via een dochtermaatschappij - aan belanghebbende. De bank brengt ter zake omzetbelasting in rekening. BV Y wordt failliet verklaard en draagt de omzetbelasting die zij aan de bank in rekening had gebracht niet af. De inspecteur stelt dat in casu art. 31 van toepassing is en heft bij belanghebbende de door de bank in rekening gebrachte omzetbelasting na. Hoge Raad: redelijkerwijs kan er geen twijfel over bestaan dat hetgeen is overgedragen in casu een algemeenheid van goederen in de zin van art. 5, achtste lid Zesde richtlijn vormt. Voorts kan er redelijkerwijs geen ruimte voor twijfel over bestaan dat de toepassing van art. 31 in een geval als het onderhavige niet leidt tot een resultaat dat strijdig is met de Zesde richtlijn. Zoals de Hoge Raad reeds in zijn arrest van 9 mei 1990 heeft beslist kan slechts onder bijzondere omstandigheden een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur de inspecteur beletten om belasting die uitsluitend op grond van art. 37 verschuldigd is na te heffen van degene die haar in aftrek heeft gebracht. Een dergelijke bijzondere omstandigheid doet zich in casu niet voor.
HR 28-11-1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4455, m.nt. M.E. van Hilten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 1990
- Magistraten
Vucht, Van; Jansen; Linde, Van Der; Baardman; Bellaart
- Zaaknummer
24 248
- Noot
M.E. van Hilten
- LJN
ZC4455
- JCDI
JCDI:ADS207983:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:ZC4455, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑1990
- Wetingang
Essentie
Belanghebbende is opgericht om de onderneming van de in financiele moeilijkheden verkerende BV Y voort te zetten. Daartoe neemt hij van BV Y goodwill, handelsnaam en personeel over. Inventaris en bedrijfsvoorraden van BV Y zijn in fiduciaire eigendom van de A-bank. Deze zegt de bewaargeving op en verkoopt en levert deze goederen - via een dochtermaatschappij - aan belanghebbende. De bank brengt ter zake omzetbelasting in rekening. BV Y wordt failliet verklaard en draagt de omzetbelasting die zij aan de bank in rekening had gebracht niet af. De inspecteur stelt dat in casu art. 31 van toepassing is en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.