FED 1992/881
Belanghebbende verkoopt in 1980 een pand aan een algemeen nut beogende instelling, leent een bedrag aan deze instelling en schenkt de instelling een van haar leven afhankelijke periodieke uitkering van vijf jaar. De sterftekans tijdens de looptijd is 0,31%. Hoewel de statistische sterftekans wezenlijke betekenis mist en de periodieke uitkering een onderdeel is van een meeromvattend complex van rechtshandelingen, is deze uitkering toch, met een beroep op Resolutie 14 april 1955, BNB 1955/217, als persoonlijke verplichting aftrekbaar.
HR 09-09-1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5058, m.nt. E.B. de Vries
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 september 1992
- Magistraten
Stoffer; Mijnssen; Wildeboer; Zuurmond; Herrmann
- Zaaknummer
28 264
- Noot
E.B. de Vries
- LJN
ZC5058
- JCDI
JCDI:ADS239075:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:ZC5058, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑09‑1992
- Wetingang
Art. 45 Wet IB 1964
Essentie
Belanghebbende verkoopt in 1980 een pand aan een algemeen nut beogende instelling, leent een bedrag aan deze instelling en schenkt de instelling een van haar leven afhankelijke periodieke uitkering van vijf jaar. De sterftekans tijdens de looptijd is 0,31%. Hoewel de statistische sterftekans wezenlijke betekenis mist en de periodieke uitkering een onderdeel is van een meeromvattend complex van rechtshandelingen, is deze uitkering toch, met een beroep op Resolutie 14 april 1955, BNB 1955/217, als persoonlijke verplichting aftrekbaar.
Uitspraak
Het geschil betrof de aanslag inkomstenbelasting 1980.
Vaststaat:
2.1. Op 12 december 1980 verkocht belanghebbende het haar in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.