Post a.6, Tabel II, bij de Wet OB 1968 heeft betrekking op de levering van goederen die worden vervoerd naar een andere lidstaat, en die aldaar zijn onderworpen aan de heffing van omzetbelasting ter zake van een intracommunautaire verwerving, of anders gezegd post a.6 heeft betrekking op de intracommunautaire levering van goederen. Het invoeren van een nultarief voor deze leveringen houdt verband met het wegvallen van de fiscale grenzen tussen de lidstaten van de EU waardoor het belastbare feit van invoer zich niet meer kon voordoen. In verband hiermee is een nieuw belastbaar feit ingevoerd te weten de intracommunautaire verwerving van goederen (art. 17a, Wet OB 1968). Het spiegelbeeld van dit nieuwe belastbare feit vormt de toepassing van het nultarief voor de intracommunautaire levering van goederen. Met dit systeem wordt bereikt dat belasting wordt geheven in het bestemmingsland. Het nieuwe belastbare feit intracommunautaire verwerving en het nultarief voor de leveringen als bedoeld in post a.6 vormen onderdeel van de overgangsregeling die geldt totdat er een nieuw definitief systeem tot stand is gekomen voor de belastingheffing voor het handelsverkeer tussen de lidstaten. De nieuwe definitieve regeling zou met ingang van 1 januari 1997 van kracht worden. Die datum is echter niet gehaald. Vooralsnog ziet het er ook niet naar uit dat een dergelijke regeling op korte termijn tot stand zal komen en dat betekent dat de huidige regeling, gelet op art. 402, richtlijn 2006/112/EG (tot 1 januari 2007 art.28terdecies, Zesde richtlijn), van kracht blijft totdat de definitieve regeling in werking treedt.
Ingevolge de bijzondere bepaling bij deze post behoren accijnsgoederen die worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat, ingevolge een levering aan afnemers genoemd in art. 3, eerste lid, van richtlijn 2006/112/EG (tot 1 januari art. 28bis, eerste lid, onderdeel a, tweede alinea, Zesde richtlijn), niet tot de post tenzij de accijnsgoederen worden vervoerd, kort gezegd, onder dekking van een geleidedocument.
Beleid
Geldend beleid. Voorschrift Tabel II, vanaf 1 april 2024
'2. Algemeen en juridisch kader
Post a.6 voorziet in een nultarief voor de ICL van goederen. Post a.6 moet worden gelezen in samenhang met artikel 12, tweede lid, onderdeel a, 2°, van het uitvoeringsbesluit. In artikel 12, tweede lid, onderdeel a, 2°, van het uitvoeringsbesluit zijn specifieke voorwaarden opgenomen voor toepassing van het nultarief op grond van post a.6. Post a.6 is gebaseerd op artikel 138, lid 1, van de btw-richtlijn. In dit kader zijn ook bepaalde artikelen uit de uitvoeringsverordening relevant. Artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening bevat een regeling voor het bewijs van intracommunautaire verzending of vervoer van de goederen.
Volgens de bijzondere bepaling bij post a.6 is de ICL van accijnsgoederen onder bepaalde voorwaarden uitgezonderd van de post. De bijzondere bepaling is gebaseerd op artikel 138, lid 2, onderdeel b, van de btw-richtlijn.'
S.J. Hadewegg Scheffer en B.T.J.G. van Osch, ‘Brexit en btw: the end of an era’, BtwBrief 2016/110. De auteurs bespreken op hoofdlijnen de mogelijke BTW-gevolgen van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en gaan in op de gevolgen voor het intracommunautaire BTW-stelsel. De grootste impact lijkt het herleven van de fiscale grenzen te worden met alle BTW-, douane- en administratieve gevolgen als resultaat.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Omzetbelasting, bijl. Wet OB 1968, aant. 1.1 (post a.6)
Aant. 1.1 (post a.6) Inleiding
Actueel t/m 05-05-2026
05-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m V-N 2026/19 en BNB 2026/70
01-01-1969 tot: -
Vakstudie Omzetbelasting, bijl. Wet OB 1968, aant. 1.1 (post a.6)
Omzetbelasting / Tarief
nultarief
Wet op de omzetbelasting 1968 bijlage II
Beschouwing
Post a.6, Tabel II, bij de Wet OB 1968 heeft betrekking op de levering van goederen die worden vervoerd naar een andere lidstaat, en die aldaar zijn onderworpen aan de heffing van omzetbelasting ter zake van een intracommunautaire verwerving, of anders gezegd post a.6 heeft betrekking op de intracommunautaire levering van goederen. Het invoeren van een nultarief voor deze leveringen houdt verband met het wegvallen van de fiscale grenzen tussen de lidstaten van de EU waardoor het belastbare feit van invoer zich niet meer kon voordoen. In verband hiermee is een nieuw belastbaar feit ingevoerd te weten de intracommunautaire verwerving van goederen (art. 17a, Wet OB 1968). Het spiegelbeeld van dit nieuwe belastbare feit vormt de toepassing van het nultarief voor de intracommunautaire levering van goederen. Met dit systeem wordt bereikt dat belasting wordt geheven in het bestemmingsland. Het nieuwe belastbare feit intracommunautaire verwerving en het nultarief voor de leveringen als bedoeld in post a.6 vormen onderdeel van de overgangsregeling die geldt totdat er een nieuw definitief systeem tot stand is gekomen voor de belastingheffing voor het handelsverkeer tussen de lidstaten. De nieuwe definitieve regeling zou met ingang van 1 januari 1997 van kracht worden. Die datum is echter niet gehaald. Vooralsnog ziet het er ook niet naar uit dat een dergelijke regeling op korte termijn tot stand zal komen en dat betekent dat de huidige regeling, gelet op art. 402, richtlijn 2006/112/EG (tot 1 januari 2007 art.28terdecies, Zesde richtlijn), van kracht blijft totdat de definitieve regeling in werking treedt.
Ingevolge de bijzondere bepaling bij deze post behoren accijnsgoederen die worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat, ingevolge een levering aan afnemers genoemd in art. 3, eerste lid, van richtlijn 2006/112/EG (tot 1 januari art. 28bis, eerste lid, onderdeel a, tweede alinea, Zesde richtlijn), niet tot de post tenzij de accijnsgoederen worden vervoerd, kort gezegd, onder dekking van een geleidedocument.
Geldend beleid. Voorschrift Tabel II, vanaf 1 april 2024
'2. Algemeen en juridisch kader
Post a.6 voorziet in een nultarief voor de ICL van goederen. Post a.6 moet worden gelezen in samenhang met artikel 12, tweede lid, onderdeel a, 2°, van het uitvoeringsbesluit. In artikel 12, tweede lid, onderdeel a, 2°, van het uitvoeringsbesluit zijn specifieke voorwaarden opgenomen voor toepassing van het nultarief op grond van post a.6. Post a.6 is gebaseerd op artikel 138, lid 1, van de btw-richtlijn. In dit kader zijn ook bepaalde artikelen uit de uitvoeringsverordening relevant. Artikel 45 bis van de uitvoeringsverordening bevat een regeling voor het bewijs van intracommunautaire verzending of vervoer van de goederen.
Volgens de bijzondere bepaling bij post a.6 is de ICL van accijnsgoederen onder bepaalde voorwaarden uitgezonderd van de post. De bijzondere bepaling is gebaseerd op artikel 138, lid 2, onderdeel b, van de btw-richtlijn.'
Besluit van 20 december 2023, nr. 2023-22510, Stcrt. 2023, 27807, V-N 2024/11.3.
S.J. Hadewegg Scheffer en B.T.J.G. van Osch, ‘Brexit en btw: the end of an era’, BtwBrief 2016/110. De auteurs bespreken op hoofdlijnen de mogelijke BTW-gevolgen van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en gaan in op de gevolgen voor het intracommunautaire BTW-stelsel. De grootste impact lijkt het herleven van de fiscale grenzen te worden met alle BTW-, douane- en administratieve gevolgen als resultaat.