V-N 1991/208, 14
Inkomstenbelasting Boeterente bij vervroegde aflossing negatieve inkomsten uit geldlening
HR 05-12-1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4471, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 1990
- Magistraten
Dijk, Van; Stoffer; Mijnssen; Wildeboer; Zuurmond
- Zaaknummer
26 993
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
ZC4471
- JCDI
JCDI:ADS893904:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:ZC4471, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑1990
- Wetingang
art. 24 Wet IB 1964
Essentie
Inkomstenbelasting Boeterente bij vervroegde aflossing negatieve inkomsten uit geldlening
Samenvatting
A BV heeft in 1980 aandelen ingekocht van belanghebbende, X, voor een bedrag van f a, welk bedrag de BV jegens X schuldig is gebleven in de vorm van een rentedragende geldlening met een looptijd van 10 jaar. In 1981 zijn partijen overeengekomen de geldlening te beeindigen; hierbij is onder meer bepaald dat op de restantschuld bij wijze van boeterente ter zake van door A BV als debiteur te maken financieringskosten 15% in mindering komt. In geschil is of X het bedrag van deze boeterente op zijn inkomen in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.