FED 2004/92
Kwade trouw door opzettelijk onjuiste inlichtingen in de aangifte op te nemen
HR 04-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8365, m.nt. R.M.P.G. Niessen-Cobben
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 2002
- Magistraten
Zuurmond; Brunschot, van; Vliet, van; Lourens; Oven, van
- Zaaknummer
37 090
- Noot
R.M.P.G. Niessen-Cobben
- LJN
AE8365
- JCDI
JCDI:ADS234979:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AE8365, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑2002
- Wetingang
Art. 16 AWR
Essentie
Kwade trouw door opzettelijk onjuiste inlichtingen in de aangifte op te nemen
Samenvatting
Belanghebbende behield na de staking van zijn onderneming afgewaardeerde vorderingen die aan ondernemingsrisico's onderhevig waren. Hij wilde deze tegen nihil-waarde naar het privé-vermogen overbrengen. Latere aflossingen gaf hij niet aan.
HR: wegens kwade trouw van belanghebbende is navordering mogelijk ondanks dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990.
VASTSTAAT:
3.1 Op 1 januari 1949 is opgericht C NV, thans geheten D BV, gevestigd te Q. In de zeventiger jaren en begin jaren tachtig waren de directeuren en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.