T&C Strafvordering, commentaar op art. 359a Sv:Vormverzuimen in voorbereidend onderzoek
T&C Strafvordering, commentaar op art. 359a Sv
Vormverzuimen in voorbereidend onderzoek
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
G.K. Schoep, actueel t/m 04-03-2026
Actueel t/m
04-03-2026
Tijdvak
02-11-1996 tot: -
Auteur
G.K. Schoep
Vindplaats
T&C Strafvordering, commentaar op art. 359a Sv
Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Dit artikel is ingevoegd bij de Wet vormverzuimen van 14 september 1995, Stb. 1995, 441 (i.w.tr. op 2 november 1996) om een wettelijke basis te geven aan de rechterlijke sancties op vormverzuimen zoals die in de rechtspraak waren ontwikkeld: de niet-ontvankelijkheid van het OM, de bewijsuitsluiting en de strafvermindering. In HR 30 maart 2004, NJ 2004/376 (Afvoerpijp) formuleerde de Hoge Raad enkele algemene regels met betrekking tot het bereik van deze bepaling, de rechtsgevolgen van vormverzuimen, de eisen te stellen aan een verweer daaromtrent alsmede de beslissing op het verweer. Belangrijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
T&C Strafvordering, commentaar op art. 359a Sv
Vormverzuimen in voorbereidend onderzoek
G.K. Schoep, actueel t/m 04-03-2026
04-03-2026
02-11-1996 tot: -
G.K. Schoep
T&C Strafvordering, commentaar op art. 359a Sv
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
strafvermindering
beginselen goede procesorde
vonnis
schending
onderzoek ter terechtzitting
vormverzuim
herstel.
niet-ontvankelijkheid
bewijsuitsluiting
officier van justitie
voorbereidend onderzoek
Wetboek van Strafvordering artikel 359a
1. Algemeen
Dit artikel is ingevoegd bij de Wet vormverzuimen van 14 september 1995, Stb. 1995, 441 (i.w.tr. op 2 november 1996) om een wettelijke basis te geven aan de rechterlijke sancties op vormverzuimen zoals die in de rechtspraak waren ontwikkeld: de niet-ontvankelijkheid van het OM, de bewijsuitsluiting en de strafvermindering. In HR 30 maart 2004, NJ 2004/376 (Afvoerpijp) formuleerde de Hoge Raad enkele algemene regels met betrekking tot het bereik van deze bepaling, de rechtsgevolgen van vormverzuimen, de eisen te stellen aan een verweer daaromtrent alsmede de beslissing op het verweer. Belangrijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.