BNB 1996/88
Kasgeldconstructie. Fraus legis. De uitzondering van BNB 1990/290 is hier niet van toepassing, daar gebruik is gemaakt van een kunstgreep, bestaande in een omvangrijke dividenduitkering, waardoor het overgebrachte ondernemingsvermogen nog slechts van bijkomstige betekenis was. Toepassing van liquidatie-tarief cfm. art. 59
HR 13-12-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3164, m.nt. P.H.J. Essers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 december 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
29 202
- Noot
P.H.J. Essers
- LJN
AA3164
- JCDI
JCDI:ADS887465:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3164, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑12‑1995
- Wetingang
Essentie
Kasgeldconstructie. Fraus legis. De uitzondering van BNB 1990/290 is hier niet van toepassing, daar gebruik is gemaakt van een kunstgreep, bestaande in een omvangrijke dividenduitkering, waardoor het overgebrachte ondernemingsvermogen nog slechts van bijkomstige betekenis was. Toepassing van liquidatie-tarief cfm. art. 59
Samenvatting
Omdat voor het samenstel van rechtshandelingen, aangevangen met de oprichting van de vennootschap F door belanghebbende op 16 oktober 1986 en beëindigd met de verkoop van de aandelen in vennootschap B door belanghebbende op 10 juli 1989 aan een bank, naar het oordeel van het Hof belastingverijdeling de doorslaggevende beweegreden is geweest, heeft het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.