BNB 2004/276
Doorzendplicht. Bezwaarschrift bij het hof ingediend
HR 07-05-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9019, m.nt. G.T.K. Meussen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 mei 2004
- Magistraten
Pos; Amersfoort, van; Leemreis
- Zaaknummer
38 068
- Noot
G.T.K. Meussen
- LJN
AO9019
- JCDI
JCDI:ADS888793:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2004:AO9019, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑05‑2004
- Wetingang
Art. 6:15 Awb (tekst tot 1 april 2002))
Essentie
Doorzendplicht. Bezwaarschrift bij het hof ingediend
Samenvatting
Belanghebbende heeft, zonder eerst bezwaar te maken, een geschrift ingediend bij het Hof, getiteld 'Beroep tegen uitspraak op bezwaarschrift inzake IK94, aanslagnummer 001'. Er was geen sprake van een van de tot 1 april 2002 in het derde lid van art. 6:15 Awb vermelde gevallen waarin de datum van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend is voor de vraag of een bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend. De griffie van het Hof heeft, nadat bij navraag de bedoeling van het geschrift duidelijk was geworden, dit doorgezonden aan de Inspecteur. Het is aldaar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.