Het begrip ‘inhoudingsplichtige’ is één van de pijlers waarop de loonbelasting rust. De functie van het begrip is tweeledig. In de eerste plaats regelt het de kring van personen die verplicht zijn tot inhouding van de belasting en in de tweede plaats dient het begrip mede tot afbakening van de kring van belastingplichtigen. Artikel 2 van de Wet LB 1964 bestempelt immers een persoon alleen tot werknemer indien een in dat artikel genoemde relatie tot een inhoudingsplichtige aanwezig is.
Wie de inhoudingsplichtige is in de gevallen waarin krachtens de ficties van artikel 3 en 4 Wet LB 1964 een arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd, volgt uit artikel 7 Wet LB 1964, waarin is geregeld tot wie de dienstbetrekking dan bestaat. Krachtens artikel 8 Wet LB 1964 zijn andere personen aangewezen als inhoudingsplichtige ten aanzien van hulpen van de thuiswerker met slechts één opdrachtgever. De regeling met betrekking tot de inhoudingsplicht bij artiesten en beroepssporters is opgenomen in artikel 8a Wet LB 1964. De uitbreiding van de werkingssfeer van de loonbelasting tot de op grond van artikel 34 Wet LB 1964 aangewezen uitkeringen, leidt eveneens tot een uitbreiding van het begrip ‘inhoudingsplichtige’. Doordat de aangewezen uitkeringen zijn aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking (zie artikel 11 UBLB 1965), moet degene die deze uitkeringen verstrekt ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, Wet LB 1964 als inhoudingsplichtige worden beschouwd.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van dit artikel (aant. 1)
Met de Wet LB 1964 is het begrip ‘inhoudingsplichtige’ geïntroduceerd. Dit begrip omvat niet alleen de normale werkgever, maar alle gevallen waarin sprake is van loon uit een (vroegere) dienstbetrekking. Artikel 6 van de Wet LB 1964 is de tegenhanger van artikel 2 van de Wet LB 1964 waarin het begrip ‘werknemer’ is opgenomen. Zonder inhoudingsplichtige geen belastingplichtige.
2. De definitie van het begrip 'inhoudingsplichtige'
Inhoudingsplichtige is kortweg de werkgever tot wie de arbeidsrelatie bestaat of heeft bestaan, zie onder meer HR 13 november 2009, nr. 08/01905, BNB 2010/51 (aant. 2). Inhoudingsplicht bestaat ook voor fooien die een derde verstrekt. Het is mogelijk dat de inhoudingsplicht bij een ander berust dan bij degene die het loon uitbetaalt. Dit doet zich voor in het geval degene die loon uitbetaalt slechts als kassier optreedt. Mogelijk is ook dat een ander dan degene die het loon betaalt als inhoudingsplichtige is aangewezen (aant. 2.2). Het kan ook gaan om loon uit een (vroegere) dienstbetrekking van een ander. Dit geval doet zich onder meer voor indien een kind, al dan niet als wees, een uitkering ontvangt van de werkgever van zijn vader (aant. 2.19). Inhoudingsplichtige is ook degene die een uitkering of een verstrekking doet en de aanspraak, het recht op de uitkering, niet eerder tot het loon is gerekend. Men moet hier denken aan uitkeringen verstrekt door uitvoeringsorganen voor de sociale-werknemersverzekeringen (aant. 2.23).
3. De buitenlandse inhoudingsplichtige
Wie niet inNederland woont of is gevestigd is slechts inhoudingsplichtig voor zover hij in Nederland een vaste inrichting heeft of een vaste vertegenwoordiger (aant. 3 en 4). Is dat niet het geval dan kan het zo zijn dat loon in Nederland wordt belast met inkomstenbelasting. Inhoudingsplicht komt dan pas aan de orde als de loonadministratie in zoverre in Nederland wordt gevoerd en de buitenlander zich voor deze personen als inhoudingsplichtige bij de inspecteur heeft gemeld (aant. 3.2).
4. De vaste inrichting
Een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger is:
a.
een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3, vierde tot en met twaalfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
b.
het verrichten van werkzaamheden in het kader van een onderneming gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen, indien die werkzaamheden plaatsvinden op het continentale plat van Nederland (aant. 4.1).
c.
het verrichten van werkzaamheden die gericht zijn op het verlenen van tussenkomst ten behoeve van degenen die tegen beloning persoonlijke arbeid in Nederland verrichten en een derde ten behoeve van wie die arbeid wordt verricht (aant. 4.2).
5. Diplomatieke vertegenwoordigers
Gelet op artikel 6, vierde lid, van de Wet LB 1964 worden niet als inhoudingsplichtigen beschouwd diplomatieke, consulaire en andere vertegenwoordigers van andere Mogendheden en de hun toegevoegde ambtenaren, alsmede bij ministeriële regeling (artikel 2.3 van de Uitvoeringsregeling LB 2001) aan te wijzen internationale organisaties en vertegenwoordigers en functionarissen daarvan (aant. 5).
6. De verzekeraar
In artikel 6, vijfde lid, van de Wet LB 1964 is bepaald dat in de situatie waarin op grond van artikel 19b van de Wet LB 1964 een pensioenaanspraak of aanspraak ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding (VUT-aanspraak) als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt aangemerkt als inhoudingsplichtige de verzekeraar wordt aangewezen. Dit kan zich voordoen indien de aanspraken niet meer voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden of als afkoop of vervreemding plaatsvindt (aant. 6).
7. Verlegging inhoudingsplicht
Een in Nederland gevestigd onderdeel van een concern tot welk concern een onderdeel behoort dat op grond van artikel 6, tweede of derde lid, als inhoudingsplichtige wordt aangemerkt (tot 2017 alleen bij uitzending naar Nederland), kan op gezamenlijk verzoek van deze concernonderdelen worden aangewezen als inhoudingsplichtige voor een of meer personen die bij het niet in Nederland gevestigde concernonderdeel in dienst zijn. Deze regeling is opgenomen in artikel 6, zesde lid, van de Wet LB 1964 (aant. 7). Op deze wijze kan voor een werknemer van een buitenlands onderdeel van een concern, die wordt uitgezonden naar een Nederlands onderdeel van dat concern, het Nederlandse onderdeel als inhoudingsplichtige worden beschouwd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 6 Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 14-04-2026
14-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-07-1965 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 6 Wet LB 1964, aant. 1.1
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
inhoudingsplichtige LB
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 6
Beschouwing
Het begrip ‘inhoudingsplichtige’ is één van de pijlers waarop de loonbelasting rust. De functie van het begrip is tweeledig. In de eerste plaats regelt het de kring van personen die verplicht zijn tot inhouding van de belasting en in de tweede plaats dient het begrip mede tot afbakening van de kring van belastingplichtigen. Artikel 2 van de Wet LB 1964 bestempelt immers een persoon alleen tot werknemer indien een in dat artikel genoemde relatie tot een inhoudingsplichtige aanwezig is.
Wie de inhoudingsplichtige is in de gevallen waarin krachtens de ficties van artikel 3 en 4 Wet LB 1964 een arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd, volgt uit artikel 7 Wet LB 1964, waarin is geregeld tot wie de dienstbetrekking dan bestaat. Krachtens artikel 8 Wet LB 1964 zijn andere personen aangewezen als inhoudingsplichtige ten aanzien van hulpen van de thuiswerker met slechts één opdrachtgever. De regeling met betrekking tot de inhoudingsplicht bij artiesten en beroepssporters is opgenomen in artikel 8a Wet LB 1964. De uitbreiding van de werkingssfeer van de loonbelasting tot de op grond van artikel 34 Wet LB 1964 aangewezen uitkeringen, leidt eveneens tot een uitbreiding van het begrip ‘inhoudingsplichtige’. Doordat de aangewezen uitkeringen zijn aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking (zie artikel 11 UBLB 1965), moet degene die deze uitkeringen verstrekt ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel b, Wet LB 1964 als inhoudingsplichtige worden beschouwd.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van dit artikel (aant. 1)
Met de Wet LB 1964 is het begrip ‘inhoudingsplichtige’ geïntroduceerd. Dit begrip omvat niet alleen de normale werkgever, maar alle gevallen waarin sprake is van loon uit een (vroegere) dienstbetrekking. Artikel 6 van de Wet LB 1964 is de tegenhanger van artikel 2 van de Wet LB 1964 waarin het begrip ‘werknemer’ is opgenomen. Zonder inhoudingsplichtige geen belastingplichtige.
2. De definitie van het begrip 'inhoudingsplichtige'
Inhoudingsplichtige is kortweg de werkgever tot wie de arbeidsrelatie bestaat of heeft bestaan, zie onder meer HR 13 november 2009, nr. 08/01905, BNB 2010/51 (aant. 2). Inhoudingsplicht bestaat ook voor fooien die een derde verstrekt. Het is mogelijk dat de inhoudingsplicht bij een ander berust dan bij degene die het loon uitbetaalt. Dit doet zich voor in het geval degene die loon uitbetaalt slechts als kassier optreedt. Mogelijk is ook dat een ander dan degene die het loon betaalt als inhoudingsplichtige is aangewezen (aant. 2.2). Het kan ook gaan om loon uit een (vroegere) dienstbetrekking van een ander. Dit geval doet zich onder meer voor indien een kind, al dan niet als wees, een uitkering ontvangt van de werkgever van zijn vader (aant. 2.19). Inhoudingsplichtige is ook degene die een uitkering of een verstrekking doet en de aanspraak, het recht op de uitkering, niet eerder tot het loon is gerekend. Men moet hier denken aan uitkeringen verstrekt door uitvoeringsorganen voor de sociale-werknemersverzekeringen (aant. 2.23).
3. De buitenlandse inhoudingsplichtige
Wie niet inNederland woont of is gevestigd is slechts inhoudingsplichtig voor zover hij in Nederland een vaste inrichting heeft of een vaste vertegenwoordiger (aant. 3 en 4). Is dat niet het geval dan kan het zo zijn dat loon in Nederland wordt belast met inkomstenbelasting. Inhoudingsplicht komt dan pas aan de orde als de loonadministratie in zoverre in Nederland wordt gevoerd en de buitenlander zich voor deze personen als inhoudingsplichtige bij de inspecteur heeft gemeld (aant. 3.2).
4. De vaste inrichting
Een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger is:
een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 3, vierde tot en met twaalfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;
het verrichten van werkzaamheden in het kader van een onderneming gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 30 dagen, indien die werkzaamheden plaatsvinden op het continentale plat van Nederland (aant. 4.1).
het verrichten van werkzaamheden die gericht zijn op het verlenen van tussenkomst ten behoeve van degenen die tegen beloning persoonlijke arbeid in Nederland verrichten en een derde ten behoeve van wie die arbeid wordt verricht (aant. 4.2).
5. Diplomatieke vertegenwoordigers
Gelet op artikel 6, vierde lid, van de Wet LB 1964 worden niet als inhoudingsplichtigen beschouwd diplomatieke, consulaire en andere vertegenwoordigers van andere Mogendheden en de hun toegevoegde ambtenaren, alsmede bij ministeriële regeling (artikel 2.3 van de Uitvoeringsregeling LB 2001) aan te wijzen internationale organisaties en vertegenwoordigers en functionarissen daarvan (aant. 5).
6. De verzekeraar
In artikel 6, vijfde lid, van de Wet LB 1964 is bepaald dat in de situatie waarin op grond van artikel 19b van de Wet LB 1964 een pensioenaanspraak of aanspraak ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding (VUT-aanspraak) als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt aangemerkt als inhoudingsplichtige de verzekeraar wordt aangewezen. Dit kan zich voordoen indien de aanspraken niet meer voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden of als afkoop of vervreemding plaatsvindt (aant. 6).
7. Verlegging inhoudingsplicht
Een in Nederland gevestigd onderdeel van een concern tot welk concern een onderdeel behoort dat op grond van artikel 6, tweede of derde lid, als inhoudingsplichtige wordt aangemerkt (tot 2017 alleen bij uitzending naar Nederland), kan op gezamenlijk verzoek van deze concernonderdelen worden aangewezen als inhoudingsplichtige voor een of meer personen die bij het niet in Nederland gevestigde concernonderdeel in dienst zijn. Deze regeling is opgenomen in artikel 6, zesde lid, van de Wet LB 1964 (aant. 7). Op deze wijze kan voor een werknemer van een buitenlands onderdeel van een concern, die wordt uitgezonden naar een Nederlands onderdeel van dat concern, het Nederlandse onderdeel als inhoudingsplichtige worden beschouwd.