FED 2006/4
Bijstandsuitkeringen toetsen aan reële herhalingkans
HR 07-10-2005, ECLI:NL:PHR:2005:AQ7159, m.nt. J.E.A.M. van Dijck
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 oktober 2005
- Magistraten
Pos; Monné; Amersfoort, van; Leemreis; Manen, van
- Zaaknummer
39 687
- Noot
J.E.A.M. van Dijck
- LJN
AQ7159
- JCDI
JCDI:ADS235184:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Loonbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2005:AQ7159, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑2005
ECLI:NL:PHR:2005:AQ7159, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑10‑2005
- Wetingang
Art. 30 Wet IB 1964
Essentie
Bijstandsuitkeringen toetsen aan reële herhalingkans
Samenvatting
Belanghebbende heeft in 1995 van de gemeente bijstand ter voorziening in bedrijfskapitaal gekregen in de vorm van een rentedragende geldlening. Op grond van art. 12 Wet Bijstand Zelfstandigen wordt een deel in 1996 - op grond van het geringe inkomen - omgezet in een bedrag om niet. Volgens Hof 's-Hertogenbosch is er geen sprake van een periodieke uitkering omdat de omzetting eenmalig, althans incidenteel van karakter is.
Uitspraak
Het geschil betrof de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1996.
OP HET BEROEP IN CASSATIE VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIëN OVERWEEGT DE HOGE RAAD:
3 Beoordeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.