V-N 1988/703, 4
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Administratieve rechtspraak belastingzaken Inspecteur mag art. 47 AWR niet meer toepassen nadat beroep is ingesteld
HR 10-02-1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3761, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 1988
- Zaaknummer
23 925
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
ZC3761
- JCDI
JCDI:ADS892346:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1988:ZC3761, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑1988
- Wetingang
Essentie
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Administratieve rechtspraak belastingzaken Inspecteur mag art. 47 AWR niet meer toepassen nadat beroep is ingesteld
Samenvatting
Blijkens het stelsel van de AWR en de Wet ARB moeten in de verhouding tussen belastingadministratie en belastingplichtige twee fasen van fundamenteel verschillend karakter onderscheiden worden.
De eerste fase, voorafgaand aan het beroep, kenmerkt zich door een ongelijke verhouding tussen enerzijds de inspecteur, op wie de taak rust om de aanslag te regelen en op eventueel bezwaar te beslissen, bij de vervulling van welke taak hem ingevolge art. 47 AWR zeer ingrijpende dwangmiddelen ten dienste staan, en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.