FED 1997/813
Voorziening toegestaan voor kosten voortvloeiende uit arbeidsovereenkomst ter zake van ontbinding en schadevergoeding
HR 29-08-1997, ECLI:NL:PHR:1997:AA2234, m.nt. P.F. Goes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 augustus 1997
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Meij
- Zaaknummer
32 348
- Noot
P.F. Goes
- LJN
AA2234
- JCDI
JCDI:ADS227463:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AA2234, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑08‑1997
ECLI:NL:PHR:1997:AA2234, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑08‑1997
- Wetingang
Art. 9 Wet IB 1964
Essentie
Voorziening toegestaan voor kosten voortvloeiende uit arbeidsovereenkomst ter zake van ontbinding en schadevergoeding
Samenvatting
De omzet en het resultaat van belanghebbende ( X BV) daalden na de zomer van 1990 fors. In de loop van 1990 heeft zij in het openbaar melding gemaakt van de tegenvallende resultaten en van de noodzaak tot het nemen van maatregelen. Over afvloeiingsverplichtingen sprak zij toen niet. Op 27 november 1990 besprak de directie de opdracht tot het instellen van een strategie-onderzoek met de ondernemingsraad. Een onafhankelijk adviesbureau voerde in de eerste maanden van 1991 het onderzoek uit. Na afloop van het onderzoek en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.