FED 1998/610
HR, 23-09-1998, nr. 32 559
HR 23-09-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2380
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 september 1998
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Fleers; Beukenhorst; Monné)
- Zaaknummer
32 559
- LJN
AA2380
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Belastingen van lagere overheden (V)
Milieubelastingen (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:AA2380, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑09‑1998
- Wetingang
Art. 116 Waterschapswet
Uitspraak
Belanghebbende, X, was in 1992 mede-eigenaresse van een aantal onroerende zaken die zijn gelegen in het beheersgebied van het waterschap. Ten aanzien van deze zaken is sprake van verdroging, die onder meer is ontstaan ten gevolge van grondwateronttrekkingen ten behoeve van de landbouw en de drinkwatervoorziening. In de Omslagverordening is voorzien in een uit twee betalende klassen bestaande classificatieregeling en een aantal vrijstellingen. De onderhavige onroerende zaken zijn ingedeeld in de tweede, minst betalende, klasse en voor 50% vrijgesteld. X stelt dat de aan haar opgelegde aanslag dient te worden vernietigd, omdat de onroerende zaken geen belang hebben bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.