FED 2003/190
Onroerende zaken met agrarische bestemming zijn met toepassing van persoonsgebonden gedoogbeleid in gebruik voor burgerbewoning. Vraag of overdrachtsfictie met zich meebrengt dat geen rekening zou moeten worden gehouden met de agrarische bestemming
HR 20-12-2002, ECLI:NL:HR:2002:AF2256, m.nt. J.A. Monsma
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2002
- Magistraten
Korthals Altes; Leemreis; Maanen, van
- Zaaknummer
37 558
- Noot
J.A. Monsma
- LJN
AF2256
- JCDI
JCDI:ADS234381:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingen van lagere overheden (V)
Waardering onroerende zaken (V)
Milieubelastingen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AF2256, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2002
- Wetingang
Art. 17, tweede lid, Wet waardering onroerende zaken
Essentie
Onroerende zaken met agrarische bestemming zijn met toepassing van persoonsgebonden gedoogbeleid in gebruik voor burgerbewoning. Vraag of overdrachtsfictie met zich meebrengt dat geen rekening zou moeten worden gehouden met de agrarische bestemming
Samenvatting
Belanghebbenden gebruiken de onderhavige onroerende zaken, waarop blijkens het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'agrarische doeleinden, kastuinbouw' rust, op basis van een persoonsgebonden gemeentelijk gedoogbeleid voor burgerbewoning. Potentiële kopers zullen de onroerende zaken uitsluitend overeenkomstig de planologische bestemming mogen gebruiken. Het hof heeft met juistheid vooropgesteld dat de in art. 17, tweede lid, Wet WOZ opgenomen overdrachtsfictie, waarmede het hof kennelijk in het bijzonder op het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.