V-N 1990/2851, 4
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Administratieve rechtspraak belastingzaken Betekenis schikking ex art. 74 Sr door Officier van Justitie met directeuren voor naheffingsverhoging BV. Beroep op art. 21, tweede lid, voor het eerst voor het hof
HR 20-06-1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4312, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Belastingkamer)
- Datum
20 juni 1990
- Magistraten
Royer; Jansen; Baardman; Bellaart; Korthals Altes; Soest, Van
- Zaaknummer
25976
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
ZC4312
- JCDI
JCDI:ADS690157:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:ZC4312, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑06‑1990
- Wetingang
Essentie
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Administratieve rechtspraak belastingzaken Betekenis schikking ex art. 74 Sr door Officier van Justitie met directeuren voor naheffingsverhoging BV. Beroep op art. 21, tweede lid, voor het eerst voor het hof
Samenvatting
Bij een gerechtelijk vooronderzoek blijkt dat door belanghebbende, X BV, omzet is verzwegen. Nadat de directeuren van X BV ter zake zijn gedagvaard, heeft de Officier van Justitie (OvJ) met hen ex art. 74 Sr een schikking getroffen. Aan X BV is door de OvJ een kennisgeving van niet verdere vervolging gedaan. Intussen is aan X BV een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd met een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.