FED 1998/762
Ondernemerschap echtgenote van een tandarts op grond van duiding van de maatschapsovereenkomst geaccepteerd
HR 26-08-1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2544, m.nt. H.A.J.P. te Niet
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 augustus 1998
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Bellaart; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Meij; Soest, van
- Zaaknummer
33696
- Noot
H.A.J.P. te Niet
- LJN
AA2544
- JCDI
JCDI:ADS227631:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:1998:AA2544, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑08‑1998
ECLI:NL:HR:1998:AA2544, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑08‑1998
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Essentie
Ondernemerschap echtgenote van een tandarts op grond van duiding van de maatschapsovereenkomst geaccepteerd
Samenvatting
Maatschapsovereenkomst tussen tandarts en echtgenote die hem assisteert wordt door de inspecteur bestreden op grond van het door de man gemaakte contractuele voorbehoud van de stille reserves en goodwill. Belanghebbende zou door dit voorbehoud geen recht krijgen op een aandeel in de liquidatiewinst. Tevens wordt de reële betekenis van de maatschapsovereenkomst door de fiscus bestreden. De eerste stelling mist volgens de Hoge Raad feitelijke grondslag. Terwijl er ten aanzien van het tweede middel gezien de feitelijke aard van de stellingen in cassatie geen onderzoek kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.