FED 1990/414
HR, 25-04-1990, nr. 26 856
HR 25-04-1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4278
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 1990
- Magistraten
Dijk, Van; Stoffer; Mijnssen; Wildeboer; Urlings
- Zaaknummer
26 856
- LJN
ZC4278
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:ZC4278, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑1990
- Wetingang
Art. 18 Successiewet 1956
Uitspraak
Belanghebbende, X, draagt in 1978 zijn bedrijf over aan zijn twee zonen. Te dier zake verstrekt X aan zijn zonen een renteloze en direkt opeisbare geldlening. In 1983 heeft X van deze schuld aan ieder een deel kwijtgescholden. Voor de heffing van schenkingsrecht is in geschil of X zijn zonen in 1978 heeft bevoordeeld, en zo ja welke de omvang is van deze bevoordeling.
Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad:
Uitgaande van het oordeel dat partijen van de aanvang af moeten hebben beseft dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.