Inhoudsopgave
WFR 2001/494:BTW-heffing bij merchantbankers en ratingbureaus
WFR 2001/494
BTW-heffing bij merchantbankers en ratingbureaus
Documentgegevens:
Drs. T. Braakman en mr. G.J. van Bruggen , datum 01-01-2001
- Datum
01-01-2001
- Auteur
Drs. T. Braakman en mr. G.J. van Bruggen 1
- JCDI
JCDI:ADS182427:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
- Wetingang
art. 6 lid 2 onder d Wet OB 1968; art. 12 lid 3 Wet OB 1968; art. 11 lid 1 onder i onder 2 Wet OB 1968; art. 9 lid 2 onder e onder 3 Zesde btw-richtlijn; art. 13 letter B onderdeel d onder 5 onder 4 Zesde btw-richtlijn, art. 6 Wet OB 1968, art. 11 Wet OB 1968
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Inleiding
Onlangs heeft de Hoge Raad twee belangrijke arresten gewezen (HR 34 973 en 34 977) 2 over de BTW-heffing op diensten van merchantbankers. Het ging in deze zaken onder andere om de diensten van de buitenlandse merchantbankers Morgan Stanley en J. Henry Schröder Wagg & Co, die door een Nederlandse opdrachtgever waren ingeschakeld in het proces van een (potentiële) fusie of overname. In beide gevallen was de opdrachtgever een verzekeringsconcern dat slechts in beperkte mate aftrek van voorbelasting genoot.
De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de diensten van de buitenlandse merchantbankers op grond vanart. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.