BNB 2007/19
Periodieke uitkeringen uit trustvermogen vormen de tegenwaarde voor een prestatie
HR 14-07-2006, ECLI:NL:HR:2006:AY3640, m.nt. R.M. Freudenthal
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 juli 2006
- Magistraten
Pos; Monné; Amersfoort, van; Leemreis; Maanen, van
- Zaaknummer
39 262
- Noot
R.M. Freudenthal
- LJN
AY3640
- JCDI
JCDI:ADS889169:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AY3640, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑07‑2006
- Wetingang
Art. 25, eerste lid, onderdeel g, art. 29a, en art. 30, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 1964
Essentie
Periodieke uitkeringen uit trustvermogen vormen de tegenwaarde voor een prestatie
Samenvatting
Belanghebbende geniet periodieke uitkeringen uit een trustvermogen. De trustee heeft, overeenkomstig de bepalingen van de trustakte, na het overlijden van de settlor een gedeelte van het trustvermogen ondergebracht in een subtrust, waaruit de uitkeringen aan belanghebbende worden gedaan. Het Hof heeft geoordeeld dat de uitkeringen aan belanghebbende niet de tegenwaarde van een prestatie vormen, maar periodieke uitkeringen zijn in de zin van art. 30, eerste lid, onderdeel c, Wet IB 1964.
HR: De vraag of een periodieke uitkering de tegenwaarde voor een prestatie vormt, moet worden beoordeeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.