Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is ingesteld. Het kan ook een ander persoon of college zijn voorzien van openbaar gezag. Deze definitie geldt voor de Awb, maar ook daarbuiten.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 1:1
2. Wat is de reikwijdte van het begrip ‘bestuursorgaan’?
Kenmerk van het begrip ‘bestuursorgaan’ is dat het om bestuur gaat. Dan is de Awb van toepassing. Een orgaan dat alleen maar feitelijke handelingen verricht maar wel op grond van publiekrecht is ingesteld, is een bestuursorgaan. Het moet wel gaan om een orgaan van een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is ingesteld. (aant. 2)
Voorbeelden:
1.
openbare lichamen met rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 lid 1 BW), zoals:
⁃
de Staat;
⁃
provincies;
⁃
gemeenten;
⁃
waterschappen;
⁃
openbare lichamen met verordenende bevoegdheid, zoals de orde van advocaten;
2.
rechtspersonen waarvan de rechtspersoonlijkheid uit een bijzondere wet voortvloeit (artikel 2:1, eerste lidvan het BW), zoals:
⁃
Commissariaat voor de Media (Mediawet).
3. Welk ‘ander persoon of college met enige openbaar gezag bekleed’ wordt hier bedoeld?
Het gaat hier om de volgende, zogeheten b-organen:
1.
privaatrechtelijke rechtspersonen die niet behoren tot de overheid, maar wel met openbaar gezag zijn bekleed. Beslissend hiervoor is dat zij overheidstaken moeten uitvoeren en daarvoor publiekrechtelijke bevoegdheden hebben gekregen. Alleen voor de gevallen waarin zij hun publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen zijn ze bestuursorgaan. En alleen dan moeten ze de Awb-regels uitvoeren. Het gaat hier vooral om stichtingen. Voorbeeld: het garagebedrijf dat APK-keuringen mag verrichten (Wegenverkeerswet);
2.
andere organen met openbaar gezag. Hiervan is sprake bij wettelijke bevoegdheden om de rechtspositie van de burger eenzijdig te bepalen. Als een wettelijke grondslag ontbreekt kan openbaar gezag soms toch worden aangenomen door herleiding tot de aard en/of de herkomst van taak en zeggenschap van het orgaan.
4. Welke uitzonderingen worden niet als bestuursorgaan gezien?
Als bestuursorgaan worden niet aangemerkt:
1.
wetgevende macht. De wetgever in formele zin is geen bestuursorgaan. Zijn wetgevende bevoegdheden vallen grondwettelijk buiten het bereik van de Awb;
2.
Staten-Generaal. De grondwettelijke positie van deze volksvertegenwoordiging maakt dat niet van een bestuursorgaan kan worden gesproken;
3.
rechterlijke organen. Een orgaan dat een rechterlijke functie uitoefent, onafhankelijk is en bij wet is ingesteld, is geen bestuursorgaan;
4.
Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman. Deze Hoge Colleges van Staat hebben advies- en controletaken. Dat zijn geen bestuurlijke werkzaamheden;
5.
commissies, voorzitters, leden, griffies en secretarissen van uitgezonderde organen;
6.
Openbaar ministerie. Alleen de (plaatsvervangend) procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad zijn uitgezonderd. Andere leden van het openbaar ministerie zijn niet uitgezonderd;
7.
commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze commissies zijn zelfstandig ten opzichte van bestuursorganen.
5. Welk bevoegd gezag geldt ten opzichte van ambtenaren?
Ingeval de hierboven genoemde uitgezonderde organen handelingen verrichten ten aanzien van ambtenaren moeten zij wel als bestuursorgaan worden gezien. Een uitzondering op de uitzondering dus. (aant. 4)
6. Aan wie worden vermogensrechtelijk de gevolgen van bestuurshandelingen toegerekend?
Vermogensrechtelijke gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan treffen de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uitmaakt. (aant. 5)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, art. 1:1 Awb, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 17-04-2026
17-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-01-1994 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, art. 1:1 Awb, aant. 1.1
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Algemene wet bestuursrecht artikel 1:1
Beschouwing
Inleiding
Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is ingesteld. Het kan ook een ander persoon of college zijn voorzien van openbaar gezag. Deze definitie geldt voor de Awb, maar ook daarbuiten.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 1:1
2. Wat is de reikwijdte van het begrip ‘bestuursorgaan’?
Kenmerk van het begrip ‘bestuursorgaan’ is dat het om bestuur gaat. Dan is de Awb van toepassing. Een orgaan dat alleen maar feitelijke handelingen verricht maar wel op grond van publiekrecht is ingesteld, is een bestuursorgaan. Het moet wel gaan om een orgaan van een rechtspersoon die op grond van publiekrecht is ingesteld. (aant. 2)
Voorbeelden:
openbare lichamen met rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 lid 1 BW), zoals:
de Staat;
provincies;
gemeenten;
waterschappen;
openbare lichamen met verordenende bevoegdheid, zoals de orde van advocaten;
rechtspersonen waarvan de rechtspersoonlijkheid uit een bijzondere wet voortvloeit (artikel 2:1, eerste lidvan het BW), zoals:
Commissariaat voor de Media (Mediawet).
3. Welk ‘ander persoon of college met enige openbaar gezag bekleed’ wordt hier bedoeld?
Het gaat hier om de volgende, zogeheten b-organen:
privaatrechtelijke rechtspersonen die niet behoren tot de overheid, maar wel met openbaar gezag zijn bekleed. Beslissend hiervoor is dat zij overheidstaken moeten uitvoeren en daarvoor publiekrechtelijke bevoegdheden hebben gekregen. Alleen voor de gevallen waarin zij hun publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen zijn ze bestuursorgaan. En alleen dan moeten ze de Awb-regels uitvoeren. Het gaat hier vooral om stichtingen. Voorbeeld: het garagebedrijf dat APK-keuringen mag verrichten (Wegenverkeerswet);
andere organen met openbaar gezag. Hiervan is sprake bij wettelijke bevoegdheden om de rechtspositie van de burger eenzijdig te bepalen. Als een wettelijke grondslag ontbreekt kan openbaar gezag soms toch worden aangenomen door herleiding tot de aard en/of de herkomst van taak en zeggenschap van het orgaan.
4. Welke uitzonderingen worden niet als bestuursorgaan gezien?
Als bestuursorgaan worden niet aangemerkt:
wetgevende macht. De wetgever in formele zin is geen bestuursorgaan. Zijn wetgevende bevoegdheden vallen grondwettelijk buiten het bereik van de Awb;
Staten-Generaal. De grondwettelijke positie van deze volksvertegenwoordiging maakt dat niet van een bestuursorgaan kan worden gesproken;
rechterlijke organen. Een orgaan dat een rechterlijke functie uitoefent, onafhankelijk is en bij wet is ingesteld, is geen bestuursorgaan;
Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman. Deze Hoge Colleges van Staat hebben advies- en controletaken. Dat zijn geen bestuurlijke werkzaamheden;
commissies, voorzitters, leden, griffies en secretarissen van uitgezonderde organen;
Openbaar ministerie. Alleen de (plaatsvervangend) procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad zijn uitgezonderd. Andere leden van het openbaar ministerie zijn niet uitgezonderd;
commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze commissies zijn zelfstandig ten opzichte van bestuursorganen.
(aant. 3)
5. Welk bevoegd gezag geldt ten opzichte van ambtenaren?
Ingeval de hierboven genoemde uitgezonderde organen handelingen verrichten ten aanzien van ambtenaren moeten zij wel als bestuursorgaan worden gezien. Een uitzondering op de uitzondering dus. (aant. 4)
6. Aan wie worden vermogensrechtelijk de gevolgen van bestuurshandelingen toegerekend?
Vermogensrechtelijke gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan treffen de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uitmaakt. (aant. 5)