BNB 1996/303
Kasgeldconstructie. Fraus legis. Vermindering met meer dan 10% van het middellijke belang in de ,,verhangen'' werkmaatschappij na en los van die verhanging staat aan toepassing van de kasgeldarresten niet in de weg. Een kunstgreep, te weten een omvangrijke dividenduitkering, verhindert in het onderhavige geval toepassing van de uitzondering van BNB 1990/290. Toepassing van het liquidatietarief van art. 59
HR 19-06-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1884, m.nt. P.H.J. Essers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 juni 1996
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Jansen, C.H.M.; Pos
- Zaaknummer
30 444
- Noot
P.H.J. Essers
- LJN
AA1884
- JCDI
JCDI:ADS887585:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA1884, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑06‑1996
- Wetingang
Essentie
Kasgeldconstructie. Fraus legis. Vermindering met meer dan 10% van het middellijke belang in de ,,verhangen'' werkmaatschappij na en los van die verhanging staat aan toepassing van de kasgeldarresten niet in de weg. Een kunstgreep, te weten een omvangrijke dividenduitkering, verhindert in het onderhavige geval toepassing van de uitzondering van BNB 1990/290. Toepassing van het liquidatietarief van art. 59
Samenvatting
Belanghebbende had via zijn persoonlijke houdstermaatschappij een 50%-belang in de werkmaatschappij. Na een omvangrijke dividenduitkering wordt dit aandelenpakket ,,verhangen'' naar een andere persoonlijke houdstermaatschappij, waardoor de eerste houdstermaatschappij een kasgeldvennootschap wordt. Vervolgens treedt een nieuwe aandeelhouder toe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.