FED 1999/616
De resolutie kan niet worden beschouwd als een aan de inspecteurs voorgeschreven interpretatie van de wet, maar bevat een daarvan afwijkende tegemoetkoming
HR 28-04-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2741, m.nt. A.H.H. Vandenboorn
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 april 1999
- Magistraten
Stoffer; Zuurmond; Pos; Beukenhorst; Monné
- Zaaknummer
32 727
- Noot
A.H.H. Vandenboorn
- LJN
AA2741
- JCDI
JCDI:ADS229425:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2741, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑04‑1999
- Wetingang
Art. 35 en art. 36, eerste lid, onderdeel c Wet IB 1964
Essentie
De resolutie kan niet worden beschouwd als een aan de inspecteurs voorgeschreven interpretatie van de wet, maar bevat een daarvan afwijkende tegemoetkoming
Samenvatting
Zonder de resolutie zouden de algemene kostenvergoedingen aan wethouders, welke immers betrekking hebben op kosten die veelal niet concreet aanwijsbaar en overtuigend aantoonbaar zijn, in de regel moeten worden belast. Derhalve wordt ingevolge de resolutie op grond van begunstigend beleid aan wethouders in feite een aftrek verleend van (hier) f 7200 voor aan het wethouderschap verbonden kosten. Het moge zo zijn dat de wetgever bij de zogenoemde Oortwetgeving om doelmatigheidsredenen enkele kostenposten asymmetrisch is gaan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.