De Wet op de accijns bepaalt dat over accijnsgoederen accijns wordt geheven. Als er sprake is van uitslag tot verbruik ontstaat verschuldigdheid van accijns. Er moet dan accijns worden betaald. Artikel 56 Wet op de accijns (WA) bevat bepalingen met betrekking tot de zekerheidstelling voor de accijns die verschuldigd is of kan worden.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis van artikel 56 Wet op de accijns en EU-aspecten
In aantekening 1.2.1 vindt u een toelichting op de totstandkoming van artikel 56 Wet op de accijns. Een chronologisch overzicht van de parlementaire behandeling vindt u in aant. 1.2.2. Vervolgens worden in aant. 1.4 doel en strekking van dit artikel behandeld. In aant. 1.6 wordt nader ingegaan op de context waarin dit artikel moet worden geplaatst. De relatie met de Europese regelgeving is opgenomen in aant. 1.10. In aant. 1.17 is een verwijzing naar een aantal begripsomschrijvingen opgenomen.
1. Wie moet zekerheid stellen?
Op grond van artikel 56, eerste lid, WA moet de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde zekerheid stellen voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden in Nederland dan wel in een andere lidstaat (aant. 2). Op grond van het tweede lid moeten de geregistreerde geadresseerde, de afzender in een andere lidstaat die een zelfstandige economische activiteit verricht en de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 50f WA, zekerheid stellen voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden (aant. 3).
2. Afwijkende bepaling: zekerheid stellen door de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen of de gecertificeerde afzender
De inspecteur kan, onder de voorwaarden en beperkingen die zijn opgenomen in artikel 39a Uitv.besl. accijns, toestaan dat de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen of de gecertificeerde afzender zekerheid stelt in plaats van de in artikel 56, eerste lid, WA bedoelde vergunninghouder accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde. De zekerheid wordt gesteld voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door of namens de vervoerder of de eigenaar onder schorsing van accijns wordt vervoerd (aant. 4).
3. Geen zekerheid voor minerale oliën die over zee of via pijpleidingen worden vervoerd
Op grond van artikel 56, vierde lid, WA kan het stellen van zekerheid op verzoek achterwege blijven voor minerale oliën die vanuit een accijnsgoederenplaats over zee worden overgebracht (aant. 5).
Voor het vervoer van minerale oliën per pijpleiding blijft de zekerheid in principe achterwege (aant. 6).
4. Vaststelling van de zekerheid
Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht (aant. 7).
5. Delegatiebepalingen
In artikel 22, 22a en 22b Uitv.reg. accijns zijn nadere regels gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid (aant. 8).
6. Nadere voorwaarden in de vergunning
In de vergunning kan de inspecteur bepalen op welke wijze aan de bij of krachtens de WA gestelde voorwaarden moet worden voldaan (aant. 9).De inspecteur kan in de vergunning ook nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens de WA (aant. 10).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, art. 56 WA, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 05-05-2026
05-05-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/65 en V-N 2026/19.22
01-01-1992 tot: -
Vakstudie Accijnzen en milieubelastingen, art. 56 WA, aant. 1.1
Verkeersrecht / Handhaving verkeersvoorschriften
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
accijns
geregistreerde geadresseerde
zekerheidstelling
geregistreerde afzender
accijnsgoederenplaats
fiscaal vertegenwoordiger
Wet op de accijns artikel 56
Beschouwing
De Wet op de accijns bepaalt dat over accijnsgoederen accijns wordt geheven. Als er sprake is van uitslag tot verbruik ontstaat verschuldigdheid van accijns. Er moet dan accijns worden betaald. Artikel 56 Wet op de accijns (WA) bevat bepalingen met betrekking tot de zekerheidstelling voor de accijns die verschuldigd is of kan worden.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis van artikel 56 Wet op de accijns en EU-aspecten
In aantekening 1.2.1 vindt u een toelichting op de totstandkoming van artikel 56 Wet op de accijns. Een chronologisch overzicht van de parlementaire behandeling vindt u in aant. 1.2.2. Vervolgens worden in aant. 1.4 doel en strekking van dit artikel behandeld. In aant. 1.6 wordt nader ingegaan op de context waarin dit artikel moet worden geplaatst. De relatie met de Europese regelgeving is opgenomen in aant. 1.10. In aant. 1.17 is een verwijzing naar een aantal begripsomschrijvingen opgenomen.
1. Wie moet zekerheid stellen?
Op grond van artikel 56, eerste lid, WA moet de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde zekerheid stellen voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden in Nederland dan wel in een andere lidstaat (aant. 2). Op grond van het tweede lid moeten de geregistreerde geadresseerde, de afzender in een andere lidstaat die een zelfstandige economische activiteit verricht en de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 50f WA, zekerheid stellen voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden (aant. 3).
2. Afwijkende bepaling: zekerheid stellen door de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen of de gecertificeerde afzender
De inspecteur kan, onder de voorwaarden en beperkingen die zijn opgenomen in artikel 39a Uitv.besl. accijns, toestaan dat de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen of de gecertificeerde afzender zekerheid stelt in plaats van de in artikel 56, eerste lid, WA bedoelde vergunninghouder accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde. De zekerheid wordt gesteld voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door of namens de vervoerder of de eigenaar onder schorsing van accijns wordt vervoerd (aant. 4).
3. Geen zekerheid voor minerale oliën die over zee of via pijpleidingen worden vervoerd
Op grond van artikel 56, vierde lid, WA kan het stellen van zekerheid op verzoek achterwege blijven voor minerale oliën die vanuit een accijnsgoederenplaats over zee worden overgebracht (aant. 5).
Voor het vervoer van minerale oliën per pijpleiding blijft de zekerheid in principe achterwege (aant. 6).
4. Vaststelling van de zekerheid
Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht (aant. 7).
5. Delegatiebepalingen
In artikel 22, 22a en 22b Uitv.reg. accijns zijn nadere regels gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid (aant. 8).
6. Nadere voorwaarden in de vergunning
In de vergunning kan de inspecteur bepalen op welke wijze aan de bij of krachtens de WA gestelde voorwaarden moet worden voldaan (aant. 9).De inspecteur kan in de vergunning ook nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens de WA (aant. 10).