BNB 1999/151
Compensatie? Afzonderlijke beoordeling van rechtshandelingen
HR 03-02-1999, ECLI:NL:PHR:1999:AA2633, m.nt. I.J.F.A. van Vijfeijken
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 1999
- Magistraten
Stoffer; Fleers; Pos; Beukenhorst; Monné
- Zaaknummer
31325
- Conclusie
A-G mr. Moltmaker
- Noot
I.J.F.A. van Vijfeijken
- LJN
AA2633
- JCDI
JCDI:ADS888013:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2633, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑1999
ECLI:NL:PHR:1999:AA2633, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑1999
- Wetingang
Art. 10 Successiewet 1956
Essentie
Compensatie? Afzonderlijke beoordeling van rechtshandelingen
Samenvatting
Erflaatster was bij wijze van schenking drie maal ƒ 50 000 schuldig gebleven aan belanghebbende, rentende 6%, te allen tijde aflosbaar doch eerst opeisbaar bij haar overlijden. Tevens had zij de economische eigendom van een woonhuis overgedragen aan belanghebbende voor ƒ 150 000, welk bedrag belanghebbende schuldig bleef. Over en weer is geen rente betaald,
Het Hof oordeelt (a) dat art. 10 Sw niet van toepassing is omdat compensatie heeft plaatsgevonden en (b) dat ook als dat niet het geval zou zijn niet kan worden gezegd dat erflaatster tot haar overlijden het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.