FED 1995/655
Enig aandeelhouder (natuurlijk persoon) van een BV met een aanzienlijk negatief vermogen heeft een grote vordering in rekening-courant op deze BV. In 1992 neemt hij genoegen met een rente die aanmerkelijk lager is dan een normale rente. Hof: Voor het aan de inkomstenbelasting ontleende onderscheid tussen vermogenssfeer en kostensfeer zijn in de richtlijn en de wet geen aanknopingspunten te vinden. De uit de lage rente voortvloeiende vermogensvermeerdering leidt tot een verhoging van het economisch potentieel. Uit de jurisprudentie van het HvJ EG volgt dat kapitaalrecht ook verschuldigd is voor zover verlies van vermogen van een vennootschap is voorkomen door de uitsparing van rentebetaling aan de aandeelhouder. De HR verwerpt het tegen de hofuitspraak ingestelde beroep.
HR 24-07-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1655
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juli 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
30 461
- LJN
AA1655
- Vakgebied(en)
Belastingen van rechtsverkeer / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1655, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑07‑1995
- Wetingang
Art. 34, aanhef en letter d, Wet BRV jo. art. 4, tweede lid, aanhef en letter b, Richtlijn 69/335/EEG
Essentie
Enig aandeelhouder (natuurlijk persoon) van een BV met een aanzienlijk negatief vermogen heeft een grote vordering in rekening-courant op deze BV. In 1992 neemt hij genoegen met een rente die aanmerkelijk lager is dan een normale rente. Hof: Voor het aan de inkomstenbelasting ontleende onderscheid tussen vermogenssfeer en kostensfeer zijn in de richtlijn en de wet geen aanknopingspunten te vinden. De uit de lage rente voortvloeiende vermogensvermeerdering leidt tot een verhoging van het economisch potentieel. Uit de jurisprudentie van het HvJ EG volgt dat kapitaalrecht ook verschuldigd is voor zover verlies van vermogen van een vennootschap is voorkomen door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.