BNB 1996/143
Kasgeldconstructie. Bijkomstige betekenis van het vermogen waarin bij verkoop van de aandelen het belang wordt behouden. Rol van een tot het vermogen van de vennootschap behorende vordering in rekening-courant bij beoordeling van vorenbedoelde bijkomstige betekenis
HR 01-11-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3170, m.nt. D. Juch
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 november 1995
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Herrmann; Fleers
- Zaaknummer
30026
- Noot
D. Juch
- LJN
AA3170
- JCDI
JCDI:ADS887539:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3170, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑11‑1995
- Wetingang
Fraus legis. Art. 24 Wet IB 1964
Essentie
Kasgeldconstructie. Bijkomstige betekenis van het vermogen waarin bij verkoop van de aandelen het belang wordt behouden. Rol van een tot het vermogen van de vennootschap behorende vordering in rekening-courant bij beoordeling van vorenbedoelde bijkomstige betekenis
Samenvatting
HR: de in het arrest BNB 1990/290 neergelegde wetstoepassing - zich richtende tegen het door de verkoop van aandelen in een vennootschap realiseren van de in de vennootschap aanwezige reserves terwijl het belang bij de in de vennootschap uitgeoefende ondernemingsactiviteiten niet op de koper van de aandelen overgaat maar geheel of nagenoeg geheel bij de verkoper blijft - lijdt uitzondering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.