BNB 1954/104
HR, 10-02-1954, nr. 11 618
HR 10-02-1954, ECLI:NL:HR:1954:AY2806
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 1954
- Magistraten
Nypels; Smits; Rijn Van Alkemade, Van; Wiarda; Loos, Van Der
- Zaaknummer
11 618
- LJN
AY2806
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Vermogensbelasting (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1954:AY2806, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑1954
- Wetingang
(Art. 6 (3) VAB; art. 16 RvB)
Samenvatting
Belanghebbende, wier bezittingen en schulden op grond van art. 9ter VB voor het belastingjaar 1940/41 werden beschouwd als bezittingen en schulden van haar toenmalige echtgenoot, is bevoegd de grootte van haar vermogen op 1 Mei 1940 aannemelijk te maken zonder daarbij beperkt te zijn door de in art. 6, lid 3, VAB bedoelde limiet.
De overweging, dat de r.v.b. niet aannemelijk acht dat belangh. er in zal slagen aannemelijk te maken dat haar vermogen op 1 Mei 1940 meer heeft bedragen dan door de Inspecteur is aangenomen, ontslaat de Raad niet er van belanghebbende in de gelegenheid te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.