FED 1995/398
HR, 03-05-1995, nr. 29 249
HR 03-05-1995, ECLI:NL:PHR:1995:AA1591
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 mei 1995
- Magistraten
Stoffer; Wildeboer; Urlings; Herrmann; Fleers; Moltmaker
- Zaaknummer
29 249
- LJN
AA1591
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1591, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑05‑1995
ECLI:NL:PHR:1995:AA1591, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑05‑1995
- Wetingang
Art. 4 Wet VB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, heeft op 1 januari 1989 een aantal AB-aandelen. Op 394 daarvan was een recht van vruchtgebruik gevestigd. De in art. 4(4) (c) VB bedoelde IB beliep f 1 085 733. In geschil is of X terecht dit bedrag aan latente IB als schuld in aanmerking heeft genomen, hetgeen de inspecteur bestrijdt.
Het Hof Amsterdam stelt de inspecteur in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van X overweegt de Hoge Raad:
Op grond van art. 6 VB worden de aandelen voor de VB aangemerkt als bezittingen van de vruchtgebruiker en zijn zij niet begrepen in het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.