FED 1997/849
HR, 19-11-1997, nr. 32 951
HR 19-11-1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3295
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 1997
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Bellaart; Putt-Lauwers, van der; Brunschot, van; Vliet, van
- Zaaknummer
32 951
- LJN
AA3295
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AA3295, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑1997
- Wetingang
Art. 24 Wet IB 1964
Uitspraak
Tot 1984 hadden belanghebbende, X, en A ieder 50% van de aandelen in B BV. In 1984 vond een interne reorganisatie plaats, waarbij zij ieder een persoonlijke houdstervennootschap, C BV en D BV, hebben opgericht. C BV en D BV richtten, tezamen met B BV, op 27 maart 1984 E BV op (nadien F BV). Het gewone aandelenkapitaal van F BV ad f 40 000 werd in gelijke delen geplaatst bij C BV en D BV. Voorts werd nominaal f 580 000, 10% cumulatief preferent aandelenkapitaal bij B BV geplaatst. Volstorting geschiedde door inbreng van de onderneming van B ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.