BNB 2002/154
Waardering van grond, behorend tot een militair complex. Het Hof was vrij in de keuze van de te volgen waarderingsmethode
HR 08-03-2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9896, m.nt. Van Leijenhorst
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 maart 2002
- Magistraten
Korthals Altes; Beukenhorst; Amersfoort, van
- Zaaknummer
36 666
- Noot
Van Leijenhorst
- LJN
AD9896
- JCDI
JCDI:ADS71148:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AD9896, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑03‑2002
- Wetingang
Art. 220c Gemeentewet; Verordening onroerende-zaakbelasting 1995 gemeente Groningen
Essentie
Waardering van grond, behorend tot een militair complex. Het Hof was vrij in de keuze van de te volgen waarderingsmethode
Samenvatting
Het Hof volgt voor wat betreft de waardering van de tot het complex behorende ongebouwde eigendommen de taxateur van belanghebbende (de Staat), die uitging van de op de peildatum gerealiseerde prijzen voor vergelijkbare grond, en niet de taxateur van de gemeente, die uitging van de uitgifteprijzen die de gemeente hanteert voor grond met dezelfde bestemming op een vergelijkbare locatie.
HR: Het Hof was vrij in de keuze van de waarderingsmethode die naar zijn oordeel tot de beste ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.