FED 1995/353
HR, 19-04-1995, nr. 30 519
HR 19-04-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1562
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 1995
- Magistraten
Jansen, R.J.J.; Linde, van der; Moor, de; Jansen, C.H.M.; Putt-Lauwers, van der
- Zaaknummer
30 519
- LJN
AA1562
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA1562, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑1995
- Wetingang
Art. 7 Wet OB 1968
Uitspraak
Belanghebbende, X, beeldend kunstenaar, is ondernemer ex art. 7 Wet OB 1968. Zijn activiteiten bestaan uit het scheppen en verkopen van beelden en grafiek. Voorts verricht X bezigheden als lid van twee adviescommissies en uit hoofde van drie adviseurschappen. Ter zake van deze werkzaamheden begreep X f 26,71 aan omzetbelasting in zijn aangifte.
In geschil is of X ter zake van die werkzaamheden ook ondernemer ex art. 7 Wet OB 1968 is, hetgeen X bestrijdt.
Het Hof Amsterdam stelt X gedeeltelijk in het gelijk.
Op het beroep in cassatie van de staatssecretaris overweegt de Hoge Raad:
Het hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.