In artikel 19 van de AWR zijn regels opgenomen met betrekking tot de heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte. De regels in artikel 19 van de AWR zien op de betaling van de belastingen die op deze wijze worden geheven. In artikel 10 zijn regels voor de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan opgenomen.
Belastingen die bij wege van voldoening op aangifte worden geheven zijn:
⁃
de omzetbelasting;
⁃
de belastingen van rechtsverkeer;
⁃
de belasting van personenauto's en motorrijwielen
⁃
de milieubelastingen
⁃
de motorrijtuigenbelasting
⁃
bankenbelasting
⁃
de minimumwinstbelasting; en
⁃
de kansspelbelasting wat prijzen van buitenlandse kansspelen betreft.
Daarnaast kunnen ook gemeentelijke belastingen bij wege van voldoening op aangifte worden geheven.
Belastingen die bij wege van afdracht op aangifte geheven zijn:
⁃
de loonbelasting;
⁃
de dividendbelasting;
⁃
de kansspelbelasting voor wat betreft prijzen van binnenlandse kansspelen (aant. 1.6.3); en
Zoals gezegd gaat artikel 19 over de betaling van voldoenings- en afdrachtbelastingen. Indien belasting moet worden betaald, wordt de aangifte, gelijktijdig met de betaling bij de ontvanger, gedaan bij de inspecteur of de ontvanger die op het aangiftebiljet is vermeld.
Artikel 19 van de AWR onderscheidt voor de termijn waarbinnen de betaling moet worden gedaan belastingen welke over een tijdvak moeten worden betaald (omzetbelasting, loonbelasting, assurantiebelasting, minimumwinstbelasting en kansspelbelasting betreffende binnenlandse casinospelen) en belastingen waarbij niet van een tijdvak sprake is (dividendbelasting, overdrachtsbelasting, bronbelasting en kansspelbelasting niet betreffende binnenlandse casinospelen). Het onderscheid is van belang voor de aanvang van de betalings- en dus van de aangiftetermijn.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 19 AWR. (aant. 1)
2. Binnen welke termijn moet op aangifte worden betaald? (aant. 2)
Artikel 19, eerste lid, van de AWR gaat over de betalingstermijn voor belastingen die over een tijdvak worden geheven. De betalingstermijn is voor deze belastingen in beginsel gelijk aan de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In aant. 2 komt aan de orde wat een tijdvak is, wat de rol is van de aangifte en wat de betalingstermijn is.
3. Wat is het tijdvak voor de diverse belastingen? (aant. 3)
In de uitvoeringsregeling AWR zijn specifieke regels opgenomen over de vraag wat het tijdvak is waarbinnen betalingen moeten worden gedaan.
4. Wat is het tijdstip van het ontstaan van de belastingschuld? (aant. 4)
Voor belastingen die niet op een tijdvak betrekking hebben, moet worden vastgesteld wanneer de belastingschuld is ontstaan. Echter, ook voor tijdvakbelastingen kan het van belang zijn om het exacte moment van het ontstaan van de belastingschuld te weten. In aant. 4 wordt dit onderwerp nader uitgewerkt.
5. Kan uitstel van betaling worden verleend of kan verschuldigde belasting worden verrekend? (aant. 5)
In artikel 19, tweede lid van de AWR is een delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan nadere regels kunnen worden gegeven voor het verlenen van uitstel van betaling en verrekening van belasting. In de uitvoeringsregeling AWR zijn deze nadere regels opgenomen. Ze worden behandeld in aant. 5.
6. Kunnen voorlopige betalingen worden verlangd? (aant. 6)
Artikel 19, tweede lid van de AWR geeft de minister ruimte om nadere regels te stellen voor het vragen van voorlopige betalingen. Thans is van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt.
7. Wat is de betalingstermijn voor tijdstipbelastingen? (aant. 7)
Artikel 19, derde lid, heeft betrekking op de termijn waarbinnen een tijdstipbelasting moet zijn betaald. Die betalingstermijn is één maand nadat de belastingschuld is ontstaan.
8. Wat wordt de betalingstermijn als uitstel voor het doen van aangifte is verleend? aant. 8)
In artikel 19, vierde lid van de AWR is hiervoor een regeling opgenomen. Die houdt in dat de betalingstermijn met de duur van het uitstel voor het doen van aangifte wordt verlengd.
9. Wat zijn de gevolgen van een betalingsverzuim? (aant. 9)
In aant. 9 wordt het antwoord op deze vraag op hoofdlijnen uitgewerkt. Deze gevolgen staan niet in artikel 19 van de AWR. De gevolgen zijn onderwerp van andere artikelen in de AWR die gaan over bestuurlijke boeten.
10. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met het bedrag dat u of aangifte heeft voldaan of afgedragen? (aant. 10)
In aant. 10 wordt het antwoord op deze vraag op hoofdlijnen uitgewerkt. Bij het beantwoorden van deze vraag zijn artikel 26 van de AWR en de Algemene wet bestuursrecht van belang.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, art. 19 AWR, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 01-05-2026
01-05-2026
01-01-1985 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, art. 19 AWR, aant. 1.1
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
betalingstermijn
aangifte (belasting)
heffing bij wege voldoening of afdracht aangifte
aangiftebelasting
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 19
Beschouwing
In artikel 19 van de AWR zijn regels opgenomen met betrekking tot de heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte. De regels in artikel 19 van de AWR zien op de betaling van de belastingen die op deze wijze worden geheven. In artikel 10 zijn regels voor de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan opgenomen.
Belastingen die bij wege van voldoening op aangifte worden geheven zijn:
de omzetbelasting;
de belastingen van rechtsverkeer;
de belasting van personenauto's en motorrijwielen
de milieubelastingen
de motorrijtuigenbelasting
bankenbelasting
de minimumwinstbelasting; en
de kansspelbelasting wat prijzen van buitenlandse kansspelen betreft.
Daarnaast kunnen ook gemeentelijke belastingen bij wege van voldoening op aangifte worden geheven.
Belastingen die bij wege van afdracht op aangifte geheven zijn:
de loonbelasting;
de dividendbelasting;
de kansspelbelasting voor wat betreft prijzen van binnenlandse kansspelen (aant. 1.6.3); en
de bronbelasting 2021 (Wet bronbelasting 2021).
Zoals gezegd gaat artikel 19 over de betaling van voldoenings- en afdrachtbelastingen. Indien belasting moet worden betaald, wordt de aangifte, gelijktijdig met de betaling bij de ontvanger, gedaan bij de inspecteur of de ontvanger die op het aangiftebiljet is vermeld.
Artikel 19 van de AWR onderscheidt voor de termijn waarbinnen de betaling moet worden gedaan belastingen welke over een tijdvak moeten worden betaald (omzetbelasting, loonbelasting, assurantiebelasting, minimumwinstbelasting en kansspelbelasting betreffende binnenlandse casinospelen) en belastingen waarbij niet van een tijdvak sprake is (dividendbelasting, overdrachtsbelasting, bronbelasting en kansspelbelasting niet betreffende binnenlandse casinospelen). Het onderscheid is van belang voor de aanvang van de betalings- en dus van de aangiftetermijn.
Wat vindt u in De Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergrond van artikel 19 AWR. (aant. 1)
2. Binnen welke termijn moet op aangifte worden betaald? (aant. 2)
Artikel 19, eerste lid, van de AWR gaat over de betalingstermijn voor belastingen die over een tijdvak worden geheven. De betalingstermijn is voor deze belastingen in beginsel gelijk aan de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In aant. 2 komt aan de orde wat een tijdvak is, wat de rol is van de aangifte en wat de betalingstermijn is.
3. Wat is het tijdvak voor de diverse belastingen? (aant. 3)
In de uitvoeringsregeling AWR zijn specifieke regels opgenomen over de vraag wat het tijdvak is waarbinnen betalingen moeten worden gedaan.
4. Wat is het tijdstip van het ontstaan van de belastingschuld? (aant. 4)
Voor belastingen die niet op een tijdvak betrekking hebben, moet worden vastgesteld wanneer de belastingschuld is ontstaan. Echter, ook voor tijdvakbelastingen kan het van belang zijn om het exacte moment van het ontstaan van de belastingschuld te weten. In aant. 4 wordt dit onderwerp nader uitgewerkt.
5. Kan uitstel van betaling worden verleend of kan verschuldigde belasting worden verrekend? (aant. 5)
In artikel 19, tweede lid van de AWR is een delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan nadere regels kunnen worden gegeven voor het verlenen van uitstel van betaling en verrekening van belasting. In de uitvoeringsregeling AWR zijn deze nadere regels opgenomen. Ze worden behandeld in aant. 5.
6. Kunnen voorlopige betalingen worden verlangd? (aant. 6)
Artikel 19, tweede lid van de AWR geeft de minister ruimte om nadere regels te stellen voor het vragen van voorlopige betalingen. Thans is van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt.
7. Wat is de betalingstermijn voor tijdstipbelastingen? (aant. 7)
Artikel 19, derde lid, heeft betrekking op de termijn waarbinnen een tijdstipbelasting moet zijn betaald. Die betalingstermijn is één maand nadat de belastingschuld is ontstaan.
8. Wat wordt de betalingstermijn als uitstel voor het doen van aangifte is verleend? aant. 8)
In artikel 19, vierde lid van de AWR is hiervoor een regeling opgenomen. Die houdt in dat de betalingstermijn met de duur van het uitstel voor het doen van aangifte wordt verlengd.
9. Wat zijn de gevolgen van een betalingsverzuim? (aant. 9)
In aant. 9 wordt het antwoord op deze vraag op hoofdlijnen uitgewerkt. Deze gevolgen staan niet in artikel 19 van de AWR. De gevolgen zijn onderwerp van andere artikelen in de AWR die gaan over bestuurlijke boeten.
10. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met het bedrag dat u of aangifte heeft voldaan of afgedragen? (aant. 10)
In aant. 10 wordt het antwoord op deze vraag op hoofdlijnen uitgewerkt. Bij het beantwoorden van deze vraag zijn artikel 26 van de AWR en de Algemene wet bestuursrecht van belang.