De voor de Awb belangrijke begrippen ‘besluit’, ‘beschikking’, ‘aanvraag’ en ‘beleidsregel’ worden in artikel1:3 omschreven. De beschikking en de beleidsregel vormen een specifiek (deel-)begrip van het meer algemene begrip besluit.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 1:3.
2. Wanneer is sprake van een besluit (aant. 2)?
De definitie van besluit bestaat uit de volgende onderdelen:
1.
rechtshandeling. Dit is een handeling gericht op rechtsgevolg. Dus feitelijke handelingen vallen hier niet onder. Besluiten van een bestuursorgaan met een volledig intern karakter vallen ook buiten de boot;
2.
publiekrechtelijk. Een rechtshandeling is publiekrechtelijk als het bestuursorgaan de bevoegdheid daartoe verkrijgt uit een speciaal bij wet gemaakte grondslag. Dit ter onderscheiding van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Daar gaat het om bevoegdheden die op grond van het burgerlijk recht ook door niet-bestuursorganen kunnen worden gebruikt;
3.
bestuursorgaan. De Awb-definitie van bestuursorgaan staat in artikel 1:1, eerste lid;
4.
schriftelijk. Een mondelinge beslissing is geen besluit, maar een handeling.
3. Wanneer is sprake van een beschikking (aant. 3)?
De definitie van beschikking bestaat uit de volgende onderdelen:
1.
niet van algemene strekking. Het moet gaan om een besluit voor een concreet geval. Dus geen algemeen verbindende voorschriften, plannen of beleidsregels;
2.
afwijzing aanvraag. De weigering op een verzoek van een belanghebbende om een beschikking is ook een beschikking. En daarmee een besluit.
4. Wanneer is sprake van een aanvraag (aant. 4)?
Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen. Dat verzoek moet zijn gericht tot een bevoegd orgaan en afkomstig zijn van een belanghebbende. Een belastingaangifte is geen aanvraag in de zin van deze bepaling.
5. Wanneer is sprake van een beleidsregel (aant. 5)?
De definitie van beleidsregel bestaat uit de volgende onderdelen:
1.
een algemene regel niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het verschil met een beleidsregel is dat deze niet berust op een wettelijke grondslag. En een beleidsregel blijft beperkt tot het gebruikmaken van een bevoegdheid waarover een bestuursorgaan al beschikt;
2.
omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan. Beleidsregels betreffende de uitleg van wettelijke voorschriften zijn wetsinterpreterende beleidsregels. Tegenwettelijke beleidsregels zijn onverbindend. Verder kan een beleidsregel de inhoud van de bestuurlijke belangenafweging instrueren. Maar ook op welke wijze de feiten, waarop het besluit rust, worden vastgesteld;
3.
bij besluit vastgesteld. Een beleidsregel moet schriftelijk zijn vastgelegd. Tot de vaststelling van de beleidsregel moet uitdrukkelijk zijn besloten. Een vaste gedragslijn die in de praktijk is ontwikkeld is geen beleidsregel. Verder zijn vorm en aanduiding niet beslissend. Dit betekent dat een beleidsregel kan zijn overgelegd in een brief, een nota of in een plan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Algemeen Deel, artikel 1:3 Awb, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 17-04-2026
17-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-01-1994 tot: -
Vakstudie Algemeen Deel, artikel 1:3 Awb, aant. 1.1
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Bestuursrecht algemeen (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
Algemene wet bestuursrecht artikel 1:3
Beschouwing
Inleiding
De voor de Awb belangrijke begrippen ‘besluit’, ‘beschikking’, ‘aanvraag’ en ‘beleidsregel’ worden in artikel1:3 omschreven. De beschikking en de beleidsregel vormen een specifiek (deel-)begrip van het meer algemene begrip besluit.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en de achtergrond van artikel 1:3.
2. Wanneer is sprake van een besluit (aant. 2)?
De definitie van besluit bestaat uit de volgende onderdelen:
rechtshandeling. Dit is een handeling gericht op rechtsgevolg. Dus feitelijke handelingen vallen hier niet onder. Besluiten van een bestuursorgaan met een volledig intern karakter vallen ook buiten de boot;
publiekrechtelijk. Een rechtshandeling is publiekrechtelijk als het bestuursorgaan de bevoegdheid daartoe verkrijgt uit een speciaal bij wet gemaakte grondslag. Dit ter onderscheiding van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Daar gaat het om bevoegdheden die op grond van het burgerlijk recht ook door niet-bestuursorganen kunnen worden gebruikt;
bestuursorgaan. De Awb-definitie van bestuursorgaan staat in artikel 1:1, eerste lid;
schriftelijk. Een mondelinge beslissing is geen besluit, maar een handeling.
3. Wanneer is sprake van een beschikking (aant. 3)?
De definitie van beschikking bestaat uit de volgende onderdelen:
niet van algemene strekking. Het moet gaan om een besluit voor een concreet geval. Dus geen algemeen verbindende voorschriften, plannen of beleidsregels;
afwijzing aanvraag. De weigering op een verzoek van een belanghebbende om een beschikking is ook een beschikking. En daarmee een besluit.
4. Wanneer is sprake van een aanvraag (aant. 4)?
Een aanvraag is een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen. Dat verzoek moet zijn gericht tot een bevoegd orgaan en afkomstig zijn van een belanghebbende. Een belastingaangifte is geen aanvraag in de zin van deze bepaling.
5. Wanneer is sprake van een beleidsregel (aant. 5)?
De definitie van beleidsregel bestaat uit de volgende onderdelen:
een algemene regel niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het verschil met een beleidsregel is dat deze niet berust op een wettelijke grondslag. En een beleidsregel blijft beperkt tot het gebruikmaken van een bevoegdheid waarover een bestuursorgaan al beschikt;
omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan. Beleidsregels betreffende de uitleg van wettelijke voorschriften zijn wetsinterpreterende beleidsregels. Tegenwettelijke beleidsregels zijn onverbindend. Verder kan een beleidsregel de inhoud van de bestuurlijke belangenafweging instrueren. Maar ook op welke wijze de feiten, waarop het besluit rust, worden vastgesteld;
bij besluit vastgesteld. Een beleidsregel moet schriftelijk zijn vastgelegd. Tot de vaststelling van de beleidsregel moet uitdrukkelijk zijn besloten. Een vaste gedragslijn die in de praktijk is ontwikkeld is geen beleidsregel. Verder zijn vorm en aanduiding niet beslissend. Dit betekent dat een beleidsregel kan zijn overgelegd in een brief, een nota of in een plan.