FED 2010/39
(Ook) de ondergrond van de gebouwde eigendommen deelt niet in de waarderingsvrijstelling voor ongebouwde eigendommen die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed
HR 05-02-2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1949, m.nt. I. Welters
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 februari 2010
- Magistraten
den Berge, van; Heisterkamp; Feteris
- Zaaknummer
09/02245
- Noot
I. Welters
- LJN
BL1949
- JCDI
JCDI:ADS198627:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van lagere overheden (V)
Waardering onroerende zaken (V)
Milieubelastingen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BL1949, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑02‑2010
- Wetingang
Essentie
(Ook) de ondergrond van de gebouwde eigendommen deelt niet in de waarderingsvrijstelling voor ongebouwde eigendommen die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed
Samenvatting
In art. 16, aanhef en onderdeel a, Wet WOZ, is bepaald dat een gebouwd eigendom voor de toepassing van deze wet als één onroerende zaak wordt aangemerkt. Volgens de wetsgeschiedenis wordt ook de ondergrond tot de gebouwde eigendom gerekend (Kamerstukken II 1992/93, 22 885, nr. 3, blz. 41).
Uitspraak
Het geschil betreft de WOZ-beschikking voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006.
OP ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.