FED 1983/2921
De toewijzing van bestanddelen van het vermogen moet gebeuren overeenkomstig de toewijzingsregels in het verdrag voor inkomsten. Het verdrag wijst aan elk van de verdragsluitende staten aldaar gelegen onroerende zaken toe, zonder daarbij hypothecaire schulden in aanmerking te nemen.
HR 20-04-1983, ECLI:NL:PHR:1983:AW8914, m.nt. M. Romyn
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 april 1983
- Magistraten
Dijk, Van; Vucht, Van; Vorm, Van Der; Stoffer; Baardman; Mok
- Zaaknummer
21 047
- Noot
M. Romyn
- LJN
AW8914
- JCDI
JCDI:ADS201097:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1983:AW8914, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑04‑1983
ECLI:NL:PHR:1983:AW8914, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑04‑1983
- Wetingang
Belastingverdrag Nederland-VS
Essentie
De toewijzing van bestanddelen van het vermogen moet gebeuren overeenkomstig de toewijzingsregels in het verdrag voor inkomsten. Het verdrag wijst aan elk van de verdragsluitende staten aldaar gelegen onroerende zaken toe, zonder daarbij hypothecaire schulden in aanmerking te nemen.
Uitspraak
Vaststaat:
Belangh's aangiftebiljet vermeldde als totaal vermogen f 1418 462. Bij de aanslagregeling is hier geen correctie op aangebracht. In het vermogen was onder andere begrepen:
pand in de USA f 660 000
hypothecaire schuld op dit pand f 377 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.