V-N 1991/2653, 21
Successiewet Schenking. Renteloosheid van een geldlening wordt, ondanks het beding dat de hoofdsom te allen tijde opeisbaar is, aangemerkt als een materiele bevoordeling in de zin van art. 18
HR 25-04-1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4278, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 1990
- Zaaknummer
26 856
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
ZC4278
- JCDI
JCDI:ADS894341:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:ZC4278, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑1990
Essentie
Successiewet Schenking. Renteloosheid van een geldlening wordt, ondanks het beding dat de hoofdsom te allen tijde opeisbaar is, aangemerkt als een materiele bevoordeling in de zin van art. 18
Samenvatting
Belanghebbende, X, draagt in 1978 zijn bedrijf over aan zijn twee zonen. Te dier zake verstrekt X aan zijn zonen een renteloze en direkt opeisbare geldlening. In 1983 heeft X van deze schuld aan ieder een deel kwijtgescholden. Voor de heffing van schenkingsrecht is in geschil of X zijn zonen in 1978 heeft bevoordeeld, en zo ja welke de omvang is van deze bevoordeling.
Hof Amsterdam stelt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.