Inhoudsopgave
WFR 1999/167:De BTW-belastingplicht van moeiende holdings: een legpuzzel waarvan de stukjes niet passen
WFR 1999/167
De BTW-belastingplicht van moeiende holdings: een legpuzzel waarvan de stukjes niet passen
Documentgegevens:
Mr. K.M. Braun Universitair docent bij het fiscaal-economisch departement van de RUL., datum 01-01-1999
- Datum
01-01-1999
- Auteur
Mr. K.M. Braun Universitair docent bij het fiscaal-economisch departement van de RUL.
- JCDI
JCDI:ADS742570:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Omzetbelasting / Algemeen
- Wetingang
art. 15 Wet OB 1968
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1. Inleiding
Naar verwachting zal de Hoge Raad binnenkort arrest wijzen op het beroep in cassatie van een zogenoemde moeiende holdingmaatschappij tegen de uitspraak van Hof 's-Gravenhage 11 juli 1997, nr. 96/0360. Het hof merkt activiteiten in het kader van de directe of indirecte inmenging in het beheer van de vennootschappen waarin wordt deelgenomen aan als vrijgestelde prestaties en is aldus van oordeel dat de aan deze prestaties toe te rekenen voorbelasting niet voor aftrek in aanmerking komt. Deze uitspraak illustreert de verwarring rond de belastingplicht en het recht op aftrek van voorbelasting van moeiende holdings. 1
Inmiddels heeft A-G ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.