FED 1993/454:Belanghebbende genoot inkomsten uit een aantal commissariaten, bestuursfuncties en adviseurschappen. In cassatie is de vraag aan de orde of de inspecteur deze inkomsten als winst uit onderneming in plaats van als niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en diensten in aanmerking had moeten nemen. De Hoge Raad oordeelt in het onderhavige geval dat belanghebbende geen onderneming dreef. Niet van beslissende betekenis is daarbij de omstandigheid dat belanghebbende voor de heffing van omzetbelasting wel als ondernemer was aangemerkt.