Artikel 19b van de Wet LB 1964 ziet op de onregelmatige afwikkeling van een pensioenaanspraak.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De achtergrond en geschiedenis van artikel 19b van de Wet LB 1964
Achtereenvolgens wordt ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), de context van de bepaling (aant. 1.6) en parlementaire varia (aant. 1.20), aanhangige wetgeving (aant. 1.22), internetconsultaties (aant. 1.21) en toekomstige wetswijzigingen (aant. 1.23).
2. Onregelmatige afwikkeling
Artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 regelt dat ingeval een onregelmatige afwikkeling van pensioenaanspraken plaatsvindt, de aanspraak op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om afkoop, vervreemding, het beëindiging van zekerheidstelling of prijsgeven (aant. 2).
3. Overgang pensioenverplichting
Artikel 19b, tweede lid, van de Wet LB 1964 regelt dat een pensioenaanspraak wordt geacht te zijn afgekocht ingeval de desbetreffende pensioenverplichting geheel of gedeeltelijk overgaat op een andere verzekeraar. Onder voorwaarden gelden hierop uitzonderingen als de pensioenverplichting wordt overgedragen aan nader aangeduide toegelaten verzekeraars (aant. 3).
4. Overgang pensioenaanspraak bij scheiding
Op grond van artikel 19b, derde lid, van de Wet LB 1964 vindt artikel 19b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB 1964 geen toepassing ingeval de werknemer of gewezen werknemer in het kader van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van de gezamenlijke huishouding een aanspraak ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk vervreemdt aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner dan wel omzet in een zodanige aanspraak met als gerechtigde die echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner, waarbij die verkregen of omgezette aanspraak voor de toepassing van deze wet wordt geacht de voortzetting te zijn van de aanspraak op een pensioenregeling van de werknemer of gewezen werknemer (aant. 4).
5. Afkoop van kleine pensioenaanspraken
Ingevolge artikel 19b, vierde lid, van de Wet LB 1964 is artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 niet van toepassing voor zover een in artikel 19b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB 1964 bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 66, 67 of 68 van de Pensioenwet. Dit ziet op de afkoop van zogenoemde kleine pensioenen (aant. 5).
6. Vervreemding van bijzonder partnerpensioen of vermindering vanwege financiële situatie pensioenfonds
Op grond van artikel 19b, vijfde lid, van de Wet LB 1964, is artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 niet van toepassing bij een vervreemding als bedoeld in artikel 57, vijfde lid, van de Pensioenwet of een vermindering als bedoeld in artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet. Dit ziet op de vervreemding van een bijzonder partnerpensioen respectievelijk een vermindering vanwege de financiële situatie van het pensioenfonds (aant. 6).
7. Afkoop van pre- of vroegpensioen (oud)
Ingevolge artikel 19b, vijfde lid, van de Wet LB 1964, zoals deze bepaling van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 luidde, was artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 niet van toepassing voor zover een in artikel 19b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB 1964 bedoelde uitkering of afkoopsom werd uitgekeerd als gevolg van een bij of krachtens artikel 32, vierde lid, van de PSW toegestane afkoop van aanspraken, opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar had bereikt (aant. 7).
8. Wettelijke termijn voor aankoop pensioen
Artikel 19b, zesde lid, van de Wet LB 1964 geeft met ingang van 1 juli 2023 een wettelijke termijn voor de aankoop van een ouderdomspensioen en een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum (aant. 8).
9. Overgang pensioen- en VUT-kapitaal naar buitenlandse verzekeraar wegens aanvaarding dienstbetrekking buiten Nederland
Op grond van artikel 19b, zevende lid, van de Wet LB 1964 kan onder bepaalde voorwaarden de pensioenverplichting fiscaal geruisloos overgaan op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet LB 1964, wanneer dit plaatsvindt in het kader van aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. Hetzelfde geldt voor de overgang van de pensioenverplichting naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland (aant. 9).
10. Gevolgen niet langer voldoen aan zevende lid of artikel 19d van de Wet LB 1964
Ingevolge artikel 19b, achtste lid, van de Wet LB 1964 wordt een aanspraak op een pensioenregeling voor de toepassing van artikel 19b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB 1964 mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld ingevolge artikel 19b, zevende lid, van de Wet LB 1964 of artikel 19d van de Wet LB 1964 (aant. 10).
11. Overeenkomstige toepassing op bepaalde aanspraken op periodieke uitkeringen (oud)
Artikel 19b, achtste lid, van de Wet LB 1964, zoals dat tot 1 januari 2014 luidde, verklaarde het eerste tot en met zevende lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing op de onder de stamrechtvrijstelling vallende aanspraken op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB 1964, zoals dat tot 1 januari 2014 luidde (aant. 11).
12. Overeenkomstige toepassing op stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten
Van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013 was artikel 19b, eerste tot en met zevende lid, van de Wet LB 1964 ingevolge het in die periode geldende achtste lid van dat artikel eveneens van overeenkomstige toepassing op stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten als bedoeld in artikel 11a van de Wet LB 1964, zoals dat in die periode luidde (aant. 12).
13. Afstempelen van pensioen in eigen beheer
Ingevolge artikel 19b, achtste lid, van de Wet LB 1964, zoals dat op 31 maart 2017 luidde, kon de Minister van Financiën in door hem aangewezen gevallen van onderdekking bepalen dat bij een vermindering van de aanspraken op de pensioeningangsdatum onder bepaalde voorwaarden geen sprake was van een prijsgeven als bedoeld in artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, van de Wet LB 1964, zoals dat op 31 maart 2017 luidde (aant. 13).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 19b Wet LB 1964, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 01-04-2026
01-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/51 en V-N 2026/15.28.
01-06-1999 tot: -
Vakstudie Loonbelasting en Premieheffingen, art. 19b Wet LB 1964, aant. 1.1
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
Loonbelasting / Pensioenregeling
pensioenregeling
onregelmatige afwikkeling pensioenaanspraken
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 19b
Beschouwing
Artikel 19b van de Wet LB 1964 ziet op de onregelmatige afwikkeling van een pensioenaanspraak.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De achtergrond en geschiedenis van artikel 19b van de Wet LB 1964
Achtereenvolgens wordt ingegaan op het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), het literatuuroverzicht (aant. 1.3), de context van de bepaling (aant. 1.6) en parlementaire varia (aant. 1.20), aanhangige wetgeving (aant. 1.22), internetconsultaties (aant. 1.21) en toekomstige wetswijzigingen (aant. 1.23).
2. Onregelmatige afwikkeling
Artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 regelt dat ingeval een onregelmatige afwikkeling van pensioenaanspraken plaatsvindt, de aanspraak op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om afkoop, vervreemding, het beëindiging van zekerheidstelling of prijsgeven (aant. 2).
3. Overgang pensioenverplichting
Artikel 19b, tweede lid, van de Wet LB 1964 regelt dat een pensioenaanspraak wordt geacht te zijn afgekocht ingeval de desbetreffende pensioenverplichting geheel of gedeeltelijk overgaat op een andere verzekeraar. Onder voorwaarden gelden hierop uitzonderingen als de pensioenverplichting wordt overgedragen aan nader aangeduide toegelaten verzekeraars (aant. 3).
4. Overgang pensioenaanspraak bij scheiding
Op grond van artikel 19b, derde lid, van de Wet LB 1964 vindt artikel 19b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB 1964 geen toepassing ingeval de werknemer of gewezen werknemer in het kader van scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van de gezamenlijke huishouding een aanspraak ingevolge een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk vervreemdt aan zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner dan wel omzet in een zodanige aanspraak met als gerechtigde die echtgenoot of gewezen echtgenoot onderscheidenlijk zijn partner of gewezen partner, waarbij die verkregen of omgezette aanspraak voor de toepassing van deze wet wordt geacht de voortzetting te zijn van de aanspraak op een pensioenregeling van de werknemer of gewezen werknemer (aant. 4).
5. Afkoop van kleine pensioenaanspraken
Ingevolge artikel 19b, vierde lid, van de Wet LB 1964 is artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 niet van toepassing voor zover een in artikel 19b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB 1964 bedoelde uitkering of afkoopsom wordt uitgekeerd met toepassing van artikel 66, 67 of 68 van de Pensioenwet. Dit ziet op de afkoop van zogenoemde kleine pensioenen (aant. 5).
6. Vervreemding van bijzonder partnerpensioen of vermindering vanwege financiële situatie pensioenfonds
Op grond van artikel 19b, vijfde lid, van de Wet LB 1964, is artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 niet van toepassing bij een vervreemding als bedoeld in artikel 57, vijfde lid, van de Pensioenwet of een vermindering als bedoeld in artikel 134, eerste lid, van de Pensioenwet. Dit ziet op de vervreemding van een bijzonder partnerpensioen respectievelijk een vermindering vanwege de financiële situatie van het pensioenfonds (aant. 6).
7. Afkoop van pre- of vroegpensioen (oud)
Ingevolge artikel 19b, vijfde lid, van de Wet LB 1964, zoals deze bepaling van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 luidde, was artikel 19b, eerste lid, van de Wet LB 1964 niet van toepassing voor zover een in artikel 19b, eerste lid, onderdeel b, van de Wet LB 1964 bedoelde uitkering of afkoopsom werd uitgekeerd als gevolg van een bij of krachtens artikel 32, vierde lid, van de PSW toegestane afkoop van aanspraken, opgebouwd ten behoeve van pensioen in de periode voorafgaand aan de datum waarop de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar had bereikt (aant. 7).
8. Wettelijke termijn voor aankoop pensioen
Artikel 19b, zesde lid, van de Wet LB 1964 geeft met ingang van 1 juli 2023 een wettelijke termijn voor de aankoop van een ouderdomspensioen en een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum (aant. 8).
9. Overgang pensioen- en VUT-kapitaal naar buitenlandse verzekeraar wegens aanvaarding dienstbetrekking buiten Nederland
Op grond van artikel 19b, zevende lid, van de Wet LB 1964 kan onder bepaalde voorwaarden de pensioenverplichting fiscaal geruisloos overgaan op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, anders dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet LB 1964, wanneer dit plaatsvindt in het kader van aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland. Hetzelfde geldt voor de overgang van de pensioenverplichting naar een pensioenfonds van een internationale organisatie in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking bij die organisatie in Nederland (aant. 9).
10. Gevolgen niet langer voldoen aan zevende lid of artikel 19d van de Wet LB 1964
Ingevolge artikel 19b, achtste lid, van de Wet LB 1964 wordt een aanspraak op een pensioenregeling voor de toepassing van artikel 19b, eerste lid, onderdeel a, van de Wet LB 1964 mede niet langer als zodanig aangemerkt ingeval op enig tijdstip niet langer wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld ingevolge artikel 19b, zevende lid, van de Wet LB 1964 of artikel 19d van de Wet LB 1964 (aant. 10).
11. Overeenkomstige toepassing op bepaalde aanspraken op periodieke uitkeringen (oud)
Artikel 19b, achtste lid, van de Wet LB 1964, zoals dat tot 1 januari 2014 luidde, verklaarde het eerste tot en met zevende lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing op de onder de stamrechtvrijstelling vallende aanspraken op periodieke uitkeringen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB 1964, zoals dat tot 1 januari 2014 luidde (aant. 11).
12. Overeenkomstige toepassing op stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten
Van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013 was artikel 19b, eerste tot en met zevende lid, van de Wet LB 1964 ingevolge het in die periode geldende achtste lid van dat artikel eveneens van overeenkomstige toepassing op stamrechtspaarrekeningen en stamrechtbeleggingsrechten als bedoeld in artikel 11a van de Wet LB 1964, zoals dat in die periode luidde (aant. 12).
13. Afstempelen van pensioen in eigen beheer
Ingevolge artikel 19b, achtste lid, van de Wet LB 1964, zoals dat op 31 maart 2017 luidde, kon de Minister van Financiën in door hem aangewezen gevallen van onderdekking bepalen dat bij een vermindering van de aanspraken op de pensioeningangsdatum onder bepaalde voorwaarden geen sprake was van een prijsgeven als bedoeld in artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, van de Wet LB 1964, zoals dat op 31 maart 2017 luidde (aant. 13).