FED 1993/376
HR, 21-04-1993, nr. 28 189
HR 21-04-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5328
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 april 1993
- Magistraten
Jansen; Linde, Van Der; Bellaart; Jansen; Putt-Lauwers, Van Der
- Zaaknummer
28 189
- LJN
ZC5328
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC5328, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑04‑1993
- Wetingang
Art. 6 Wet IB 1964
Uitspraak
Belanghebbende, X, is tot in 1983 als lid van de raad van bestuur werkzaam geweest bij A NV. Naast deze dienstbetrekking heeft hij een aantal commissariaten vervuld. Met ingang van 1 augustus 1985 ontvangt hij een uitkering uit het pensioenfonds van A NV. Daarnaast geniet hij inkomsten uit een aantal commissariaten, bestuursfuncties en adviseurschappen. In 1986 vervult X 4 commissariaten en 3 bestuursfuncties en adviseurschappen, in 1987 respectievelijk 5 en 5, en in 1988 4 en 6. In de daaropvolgende jaren liggen deze aantallen op hetzelfde niveau.
In geschil is of X uit dien hoofde als ondernemer kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.