Wie een in Nederland gelegen onroerende zaak verkrijgt, betaalt daarover overdrachtsbelasting. De Wet op belastingen van rechtsverkeer bevat een aantal vrijstellingen. Die zijn opgenomen in artikel 15.
Onderdeel g van artikel 15 bevat een vrijstelling voor de verkrijging van een onroerende zaak door een verdeling van een gemeenschap van samenwoners. Een van de voorwaarden is dat de gemeenschap die verdeeld wordt, moet zijn ontstaan door een gezamenlijke verkrijging door die samenwoners, waarbij de ene partner voor ten minste 40% en de andere partner voor ten hoogste 60% gerechtigd werd tot de gezamenlijk verkregen onroerende zaak (of een beperkt recht daarop). In de vervolgaantekeningen wordt ingegaan op alle voorwaarden die gelden voor de vrijstelling.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergronden van de vrijstelling
De Vakstudie gaat in aant. 1 in op de algemene aspecten van de vrijstelling. In aant. 1.2 wordt ingegaan op de historie van de vrijstelling en de parlementaire behandeling. Een opsomming van de literatuur staat in aant. 1.3. Meer informatie over het doel van deze vrijstelling is te vinden in aant. 1.4. Doel van de vrijstelling is dat als samenwoners gezamenlijk een onroerende zaak kopen en zij de zaak vervolgens bij een verdeling aan een van hen toedelen die verkrijger niet nogmaals overdrachtsbelasting hoeft te betalen.
Voor de toepassing van de vrijstelling moet wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden.
2. Wat is een verdeling?
De vrijstelling geldt alleen als wordt verkregen ten gevolge van de verdeling van een onroerende zaak die gezamenlijk was verkregen door samenwoners. Wat onder een verdeling wordt verstaan, is bepaald in artikel 3:182 van de BW. In aant. 2 en 2.1 wordt hierop nader ingegaan.
3. Voorwaarden voor de vrijstelling
De verdeling moet plaatsvinden tussen de oorspronkelijke gezamenlijke verkrijgers. Er moet sprake zijn geweest van een gezamenlijke verkrijging door samenwoners. De een moet minimaal 40% hebben verkregen, de ander maximaal 60%. Op het tijdstip van de verdeling moeten de mede-eigenaren ook samenwonen. Wel kan een rechtsopvolger onder algemene titel van een oorspronkelijke gezamenlijke verkrijger een beroep op de vrijstelling doen. Ook bestaat er voor bepaalde situaties tegemoetkomend beleid. Een nadere beschouwing van deze elementen is opgenomen in aant. 2.2 tot en met 2.5 en 2.9.
4. Overige aspecten
Het begrip samenwoners is niet nader gedefinieerd in onderdeel g. Hoe het begrip samenwoners moet worden uitgelegd, is aangegeven in aant. 2.6. De vrijstelling geldt niet alleen voor woningen, maar ook voor andere onroerende zaken. Voor verdelingen van blote eigendom en beperkte rechten gelden dezelfde voorwaarden. Zie hierover aant. 2.7 en 2.8. Een tussentijdse herverkaveling kan een probleem opleveren voor toepassing van de vrijstelling. Hiervoor geldt evenwel beleid dat in aant. 2.10 wordt besproken. In aant. 2.11 wordt aandacht besteed aan de vraag of de vrijstelling ook van toepassing is op de verdeling van economische eigendom.
5. Raakvlakken met andere bepalingen
Aant. 1.6 gaat in op andere bepalingen die van belang zijn bij de toepassing van de vrijstelling, zoals bijvoorbeeld met artikel 13 en 15, lid 4 van de WBR.
6. Hoe wordt de vrijstelling verkregen?
In aant. 3 wordt ingegaan op de regels voor het doen van een beroep op de vrijstelling en de aangifteplicht bij toepassing van een vrijstelling. Sinds medio 2014 wordt de akte van levering elektronisch geregistreerd. Ook de aangifte overdrachtsbelasting en het beroep op de vrijstelling geschieden sindsdien langs elektronische weg.
7. Evaluatie vrijstellingen
Bij brief van 2 oktober 2023, 2023-0000204870, V-N 2023/47.24.28, heeft de staatssecretaris van Financiën aangekondigd dat in de periode 2024-2027 de vrijstellingen van overdrachtsbelasting geëvalueerd zullen worden. Hierop wordt nader ingegaan in aant. 1.20.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Belastingen van rechtsverkeer, art. 15 WBR, aant. 1.1 (lid 1 onderdeel g)
Aant. 1.1 (lid 1 onderdeel g) Inleiding
Actueel t/m 16-04-2026
16-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/57 en V-N 2026/15.28
29-06-1971 tot: -
Vakstudie Belastingen van rechtsverkeer, art. 15 WBR, aant. 1.1 (lid 1 onderdeel g)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
vrijstelling overdrachtsbelasting
vrijstelling verdeling gemeenschap tussen samenwoners
verdeling
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Beschouwing
Wie een in Nederland gelegen onroerende zaak verkrijgt, betaalt daarover overdrachtsbelasting. De Wet op belastingen van rechtsverkeer bevat een aantal vrijstellingen. Die zijn opgenomen in artikel 15.
Onderdeel g van artikel 15 bevat een vrijstelling voor de verkrijging van een onroerende zaak door een verdeling van een gemeenschap van samenwoners. Een van de voorwaarden is dat de gemeenschap die verdeeld wordt, moet zijn ontstaan door een gezamenlijke verkrijging door die samenwoners, waarbij de ene partner voor ten minste 40% en de andere partner voor ten hoogste 60% gerechtigd werd tot de gezamenlijk verkregen onroerende zaak (of een beperkt recht daarop). In de vervolgaantekeningen wordt ingegaan op alle voorwaarden die gelden voor de vrijstelling.
Wat vindt u in de Vakstudie?
1. De geschiedenis en achtergronden van de vrijstelling
De Vakstudie gaat in aant. 1 in op de algemene aspecten van de vrijstelling. In aant. 1.2 wordt ingegaan op de historie van de vrijstelling en de parlementaire behandeling. Een opsomming van de literatuur staat in aant. 1.3. Meer informatie over het doel van deze vrijstelling is te vinden in aant. 1.4. Doel van de vrijstelling is dat als samenwoners gezamenlijk een onroerende zaak kopen en zij de zaak vervolgens bij een verdeling aan een van hen toedelen die verkrijger niet nogmaals overdrachtsbelasting hoeft te betalen.
Voor de toepassing van de vrijstelling moet wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden.
2. Wat is een verdeling?
De vrijstelling geldt alleen als wordt verkregen ten gevolge van de verdeling van een onroerende zaak die gezamenlijk was verkregen door samenwoners. Wat onder een verdeling wordt verstaan, is bepaald in artikel 3:182 van de BW. In aant. 2 en 2.1 wordt hierop nader ingegaan.
3. Voorwaarden voor de vrijstelling
De verdeling moet plaatsvinden tussen de oorspronkelijke gezamenlijke verkrijgers. Er moet sprake zijn geweest van een gezamenlijke verkrijging door samenwoners. De een moet minimaal 40% hebben verkregen, de ander maximaal 60%. Op het tijdstip van de verdeling moeten de mede-eigenaren ook samenwonen. Wel kan een rechtsopvolger onder algemene titel van een oorspronkelijke gezamenlijke verkrijger een beroep op de vrijstelling doen. Ook bestaat er voor bepaalde situaties tegemoetkomend beleid. Een nadere beschouwing van deze elementen is opgenomen in aant. 2.2 tot en met 2.5 en 2.9.
4. Overige aspecten
Het begrip samenwoners is niet nader gedefinieerd in onderdeel g. Hoe het begrip samenwoners moet worden uitgelegd, is aangegeven in aant. 2.6. De vrijstelling geldt niet alleen voor woningen, maar ook voor andere onroerende zaken. Voor verdelingen van blote eigendom en beperkte rechten gelden dezelfde voorwaarden. Zie hierover aant. 2.7 en 2.8. Een tussentijdse herverkaveling kan een probleem opleveren voor toepassing van de vrijstelling. Hiervoor geldt evenwel beleid dat in aant. 2.10 wordt besproken. In aant. 2.11 wordt aandacht besteed aan de vraag of de vrijstelling ook van toepassing is op de verdeling van economische eigendom.
5. Raakvlakken met andere bepalingen
Aant. 1.6 gaat in op andere bepalingen die van belang zijn bij de toepassing van de vrijstelling, zoals bijvoorbeeld met artikel 13 en 15, lid 4 van de WBR.
6. Hoe wordt de vrijstelling verkregen?
In aant. 3 wordt ingegaan op de regels voor het doen van een beroep op de vrijstelling en de aangifteplicht bij toepassing van een vrijstelling. Sinds medio 2014 wordt de akte van levering elektronisch geregistreerd. Ook de aangifte overdrachtsbelasting en het beroep op de vrijstelling geschieden sindsdien langs elektronische weg.
7. Evaluatie vrijstellingen
Bij brief van 2 oktober 2023, 2023-0000204870, V-N 2023/47.24.28, heeft de staatssecretaris van Financiën aangekondigd dat in de periode 2024-2027 de vrijstellingen van overdrachtsbelasting geëvalueerd zullen worden. Hierop wordt nader ingegaan in aant. 1.20.